Wat is het toch dat ik telkens weer getrokken wordt naar de muziek van Olivier Messiaen? Wat is het dat ik die akkoorden van La Resurrection du Christ uit het Livre du Saint Sacrement steeds weer wil horen? Is het omdat Messiaen zonder scrupeles dissonante akkoorden stapelt en durft te eindigen met een glorieuze grote drieklank? De opstanding van Christus als een opstanding van tonaliteit?

Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik ondanks de onmiskenbare religieuze intenties die Messiaen bij het schrijven van dit immense orgelwerk had, ik geen last heb van weeïgheid, een weeïgheid dat ik zovaak voel bij hedendaagse spirituele 'toonkunstenaars'. Messiaen maakt muziek, Messiaen wil ik altijd weer opnieuw horen. Het religieuze verhaal van Messiaen volg ik niet, maar desalniettemin kan ik op zijn muziek weggevoerd worden. Het Livre du Saint Sacrement is als een ruimtereis, ik zie de planeten cirkelen, ik zie de melkweg boven de horizon opkomen, ik zie zwarte gaten, supernova's, meteorietenregens ... De kosmos weerklinkt in de akoestiek van een kerk. De muziek van Messiaen laat ruimte aan een eigen verhaal.

Messiaen is voor mij de Bach van de twintigste eeuw. Beide schreven soli deo gloria, beide waren grote organisten, beide hebben een aura van perfectie om hun muziek. Het verschil zit in het totaal andere muzikale idioom van Messiaen. Zijn muziek is weerbarstiger, blijft een avontuur, een ontdekkingsreis door een onbekend werelddeel. Het is een persoonlijke muzikale taal die ik nog steeds niet begrijp, maar wel tot mijn verbeelding spreekt.