Natuurlijk doe ik het verkeerd. Dat is altijd zo en het komt omdat ik weiger het probleem te zien. Praten over muziek, ik kan het goed, ik doe het graag, alleen niet zo vaak. Ooit was het mijn vak en al doe ik er niet zo veel meer mee, mijn nieuwsgierigheid naar de combinatie mensen en muziek heb ik nog altijd. Waarom vinden mensen bepaalde muziek mooi, hoe is het zo gekomen, wat horen ze in muziek, kunnen ze het me uitleggen ...

Maar mensen zijn zo vaak op hun hoede als ik een gesprek over muziek begin, ook als ze mijn achtergrond niet kennen. Voordat ik het weet komt die frase, de ultieme frase die elk gesprek over schoonheid doodslaat: ach, over smaak valt niet te twisten. Is het het onvermogen om over muziek te praten die mensen naar dit cliché doet grijpen? Wie wil er over smaak twisten? Ik toch zeker niet. Ik ben alleen maar nieuwsgierig, want ik weet dat een groot deel van mijn muzikale smaak is gevormd door het enthousiasme van anderen. Dat is wat ik zo waardevol vind aan een goed gesprek over muziek (of vul een andere term in: boeken, politiek enz.): als een ander met liefde ergens over spreekt, mij kan doen begrijpen waarom de ander een bepaald muziekstuk zo mooi vind, dan gaan mijn oren wellicht net even anders staan, dan kan ik luisteren door het enthousiasme van de ander, dan slaat er wellicht een vonk over.

Of zou een muzikale voorkeur dermate persoonlijk zijn, dat mensen het gevoel krijgen zich teveel bloot te moeten geven? Missen mensen het taalgereedschap om over muziek te praten? Ik weet het nog steeds niet, maar het maakt het fenomeen muziek nog intrigerender voor mij.

Ik ben zeer idolaat van de muziek van Wagner geweest. Daarbij hoorde een zoektocht naar de mooiste uitvoeringen. Dat betekent dat ik zeer veel verschillende uitvoeringen heb beluisterd. Soms stuit je dan op een uitvoering die niet meer, althans in mijn oren, overtroffen wordt. Het is als het ware je persoonlijke standaard geworden, een muzikaal ijkpunt. Dat is zeer ambivalent, want aan de ene kant ben ik blij met die prachtige uitvoering, aan de andere kant is het de dood in de pot, omdat ik niet meer hoef te zoeken en ik minder open sta voor andere uitvoeringen die wellicht zelfs nog mooier (beter) zouden kunnen zijn.

De opname van het Vorspiel tot de derde akte van Lohengrin door het NBC Symphony Orchestra onder leiding van Toscanini is zo'n ijkpunt. Ik weet niet hoe vaak ik de lp met deze muziek gedraaid heb. Hoe goed andere opnamen van Lohengrin ook waren, dit fragment heb ik nooit energieker, bruisender en helderder gehoord. Stel, u heeft net uw bakje koffie na de tweede akte genuttigd, u zit klaar voor de derde akte en dan komt deze muziek, met deze intensiteit gespeeld. Wel, ik weet niet hoe het u zou vergaan, maar ik word dan bij de keel gegrepen, even krijg ik geen lucht meer. Dit is geweldig, zo moet het! Euforie!

Een andere standaard waar ik maar niet los van kom is een opname van een koncert van de Berliner Philharmoniker in 1939 in Berlijn gemaakt. Een zaal met louter nazi-uniformen en hun arische vrouwen. Victor de Sabata dirigeert de vierde symfonie van Johannes Brahms. Vanaf de eerste maat is de uitvoering anders dan ik gewend ben. Het heeft niet de overdonderende kracht en energie van Toscanini's Wagner, maar wel een latente energie die bovenkomt wanneer de muziek erom vraagt. Er is in deze elegante uitvoering een onderhuidse spanning die voelbaar is vanaf het begin tot het einde. Begint het eerste deel nog rustig en lieflijk, aan het einde van datzelfde deel heeft het drama toegeslagen en wordt het niet meer losgelaten. Bij mij is de eerste reactie: zo moet het, nooit meer op een andere wijze.