Ik denk dat ik meestal nog wel even wat mocht lezen voordat mijn moeder me kwam instoppen en een goede nacht kwam wensen. Daarna moest het licht uit. Ik luisterde dan hoe zij de trap afging en wanneer zij eenmaal beneden was, ging mijn leeslampje weer aan, kwam het boek tevoorschijn en las ik verder. Mijn oren stonden dan op wacht, want bij het geringste geluid op de trap moest natuurlijk zo snel mogelijk het licht uit. Zo las ik als kind vele boeken van De Kameleon, de Pietje Bells en boeken geleend uit de bibliobus. Een enkele keer werd ik betrapt op het stiekem lezen in bed, een enkele keer moest mijn moeder het licht uitdoen en het boek opruimen, omdat ik tijdens het lezen in slaap was gevallen. Natuurlijk werd ik er voor de vorm op aangesproken, maar ik denk dat mijn moeder er ook om kon glimlachen.