Toen dacht God, de HEER: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. Daarom stuurde hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen. (Genesis 3:22-23) De aarde was nog niet geschapen en het noodlot sloeg al toe. Met het eten van de boom van goed en kwaad komt de mens tot bewustzijn, krijgt kennis. De mens wordt verbannen uit het paradijs, is daarmee afgesneden van de boom des levens en daarmee dus sterfelijk geworden. We worden geboren, leven en sterven. Het gevoel verbannen te zijn uit een gelukzalige oertoestand is een wezenlijke eigenschap van de denkende mens geworden.

Dat leven is een ambivalente zaak. Het zal nooit meer worden als in dat verloren paradijs. We worden heen en weer geslingerd in een cyclus dat over geboorte en dood heen wel zonder begin en einde lijkt. Natuurlijk, we kunnen proberen het paradijs zelf op aarde te creëren, maar voor veel mensen zijn de locomotieven met Grote Verhalen knarsend en piepend tot stilstand gekomen. Anderen zetten de strijd voort om de wereld paradijselijk te maken, maar met elke intensivering van deze strijd lijkt de utopie verder weg dan ooit. Voor de postmoderne mens heeft dat paradijs ook nooit bestaan en zal deze nooit komen. Zo leeft de mens tussen uitersten, tussen twee broers, waarbij de een het leven steeds vernietigt en de ander het leven probeert te behouden. Tussen waarheid en contingentie. We kunnen slechts speculeren over de gemeenschappelijke vader van deze uitersten. De mens, hij ploegt voort, tot in eeuwigheid.

Dit levensgevoel (en deze broers) vond ik terug in de film The Banishment, een nieuwe film van Andrej Zvyagintsev, die ik gisteravond met een goede vriend ben gaan kijken in filmtheater 't Hoogt. We zien een gezin vertrekken naar het ouderlijk huis van de vader, een huis dat leegstaat. Een huis dat in een allesbehalve paradijselijk landschap staat. De ooit zo bruisende beek is een lege kloof geworden, de bomen van het bos staan als dunne pilaren levenloos naast elkaar; de beelden van de film zijn van een enorme schoonheid, bijna te mooi zo nu en dan. Het noodlot slaat al snel toe. De moeder vertelt de vader dat ze zwanger is, maar het kind is niet van hem. Als kijker weet je, dit loopt niet goed af. Dat het dochtertje Eva de moeder een appel aanreikt voor een salade is ietwat flauw in dit verband, maar ik kan me zo voorstellen dat de regisseur er wel een binnenpretje om gehad zal hebben. Het doet niet af aan de film en de enige andere verwijzing in de film naar het bijbelse paradijs is een afbeelding aan een muur waarop Adam en Eva onder een boom staan afgebeeld. Voor de goede kijker en verstaander zit de film vol met bijbelse beelden en associaties.

De film wordt niet alleen gedragen door de prachtige beelden, maar ook door de raadselachtigheid van het verhaal. Liefhebbers van Tarkovsky kunnen hun hart ophalen, er zitten veel citaten uit zijn films in, zonder dat dit storend werkt overigens. De karige dialogen, de vele stiltes en het langzame ritme maken deze raadselachtigheid spannend en boeiend. Als kijker reflecteer je al tijdens de film. Al worden de vragen rond het plot uiteindelijk beantwoord, de kijker blijft achter met het grote raadsel dat het leven is. De vraag naar het waarom. Het is de verdienste van Zvyagintsev en zijn acteurs om dit grote raadsel voelbaar te maken. De bioscoopbezoeker verlaat de zaal met een vraagteken. Daarmee is het niet alleen een prachtige film geworden, maar ook een sombere. Waar Tarkovsky nog hoop in zijn films suggereert, daar laat Zvyagintsev een grote leegte achter.

Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang. Dorens en distels zullen er groeien, toch moet je van zijn gewassen leven. Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug. (Genesis 3:17-19)

Als je een verhaal wilt vertellen met een film, doe het dan zo, was onze conclusie na afloop. Na de vorige film van Zvyagintsev, The Return, schreef ik dat die film me nog wel even zou bijblijven. Met deze film zal dat niet minder het geval zijn. Mijn waarde lezer, U moet deze film gaan zien. Absoluut!