Ik kom mensen tegen die het niet begrijpen. Dat ik somber uit een film kan komen en tegelijkertijd opgewekt ben, omdat het zo mooi was. Die tegenstijdigheid, somber én gelukkig zijn, is moeilijk uit te leggen. Het heeft met de oorzaak van die somberheid te maken. Krantenberichten kunnen dat gevoel ook opwekken, maar daar word ik niet gelukkig van. Nee, het moet gepaard gaan met een gevoel van schoonheid. Die eerste maten van die pianosonate van Schubert, zo mooi, zo somber. Ik ben dan gelukkig dat schoonheid nog bestaat, omdat ik het in de banale werkelijkheid soms zo node mis. Het is alsof die film, die muziek of dat boek tegen mij zegt: kijk, het bestaat nog, er zijn nog mensen die er oren en ogen voor hebben. Dan kan kunst troostrijk zijn en er zijn tijden dat ik deze vorm van troost nodig heb, in tijden van vermoeidheid en rusteloosheid.

Ik beschouw het leven als een herberg waar ik moet blijven tot de diligence van de afgrond arriveert. Ik weet niet waar die me heen zal voeren, want ik weet niets. Ik zou deze herberg kunnen beschouwen als een gevangenis, want ik ben gedwongen hier te wachten; ik zou hem ook kunnen beschouwen als een sociale ontmoetingsplaats, want hier tref ik anderen. Ik ben echter noch een ongeduldig noch een gewoon mens. Degenen die zich in hun kamer opsluiten en daar zonder te slapen apathisch in bed blijven wachten, laat ik voor wat ze zijn; degenen die converseren in de eetzalen en salons, vanwaar de muziek en de stemmen gedempt tot mij doordringen, laat ik begaan. Ik ga bij de deur zitten, laaf mijn ogen en oren aan de kleuren en klanken van het landschap en zing langzaam, louter voor mijzelf, vage liederen die ik componeer terwijl ik wacht.

Voor ons allen zal de nacht vallen en de diligence komen. Ik geniet van de bries die mij wordt vergund, en van de ziel die mij werd gegeven om ervan te genieten, en verder vraag of zoek ik niets. Als datgene wat ik in het gastenboek schrijf op een dag wordt gelezen door andere reizigers en ook hen tijdens hun verblijf kan vermaken, dan is het goed. Wanneer zij het niet lezen en zich evenmin vermaken is het ook goed.

Fernando Pessoa Boek der rusteloosheid, 15-16

Kijk, mijnheer Pessoa heeft het begrepen.