Was het jouw gezicht dat zichtbaar werd
omkeek, de hemel opentrok en weer dicht ritste?

Je had er schoon genoeg van, rolde je laatste
woorden, iedere plooi die je bij je droeg de kamer in
en stak de stapel aan
riep niets, zei niets, bracht niets naar je lippen
stond onder de klok van het station
groter dan de stad
groter dan de feiten.

Jan Baeke Groter dan de feiten, 52