In de eerste zaal stonden we soms nog samen voor hetzelfde schilderij. Dan vroeg ik 'heb je gezien dat ...', 'vind je het mooi of ...'. Ik liet hem los, verdiept in een schilderij verdween hij uit mijn ooghoeken. Terwijl ik de route van het museum volgde, vroeg ik me af waar hij gebleven was. Ik zag hem nergens. Straks zat hij zuchtend op me te wachten aan het einde, het maakte me onrustig.

Halverwege kwam hij me tegemoet lopen. Op mijn vragende blik antwoordde hij dat hij per ongeluk de route in tegengestelde richting was gaan lopen. We zouden elkaar in de eerste zaal wel weer tegenkomen.

Inderdaad, toen ik van de laatste zaal de eerste grote zaal weer inliep zag ik hem zitten op een klapstoeltje, audioguide aan zijn oor, geheel opgaand in een schilderij. Dat was het mooiste beeld dat ik in het Groeningemuseum gezien heb.