Ik had het kunnen weten en toch was ik verrast, aangenaam verrast. Glimlachend vroeg ik me af of ik het nog zou kunnen. Ik begon met lezen, struikelde hier en daar, maar het kwam terug. Hoe lang is het geleden dat ik het zelf nog kon spreken? Dat als ik de telefoon aannam vanzelf overschakelde. Maar in het 'buitenland' kan ik het niet. Vraag me niet iets in het Fries te zeggen in een omgeving waar het niet gesproken wordt, de woorden komen niet. Ben ik onder Friezen, dat komen de woorden als vanzelf, met een zwaar Hollands accent natuurlijk. Ik moet er wel over nadenken, zoals bij Duits en Engels, het is geen moedertaal geworden. Maar nu de afstand groter is geworden, kan ik het weer mooi vinden. Dan fiets ik weer als scholier door het landschap. De dorpen met kerken op terpen, de aandrijvende wolken, de nog zoute wind van zee, de geur van het gieren. De eeuwige horizon van mijn jeugd, ik ben het nog niet helemaal kwijt.