Met het inpakken van verhuisdozen op zolder stuitte ik op iets waarvan ik dacht dat ik het kwijt was. Een stapeltje papier op A3 formaat met op elke zijde 30 notenbalken. Ik weet nog dat ik het kocht van mijn zakgeld toen ik een jaar of 16 jaar was, bij muziekhandel Ganzevoort in Leeuwarden. Het papier is geel geworden, het is waarschijnlijk sinds de vorige verhuizing 9 jaar geleden niet meer van deze plek geweest.

Er is één pagina beschreven: 4 fluiten over twee balken, 3 hobo's, 3 klarinetten in bes, 2 fagotten, 1 contrafagot, 4 hoorns in f verdeeld over twee balken, 2 trompetten in c, 4 tenortrombones in bes verdeeld over twee balken, een pauk, violen 1 en 2, altviolen, celli en contrabassen. Vijftien maten zijn in priegelig potloodschrift uitgeschreven. De lage strijkers beginnen een thema, herhaald door klarinetten en fagotten. Dan hetzelfde thema een kleine terts hoger, aangevuld met altviolen, opnieuw herhaald door de houtblazers die vervolgens variëren. De fluiten komen erbij, pizzicato in lage strijkers. Dan opnieuw het thema in de violen, fluiten en hobo's waarbij de lage instrumenten een tegenbeweging spelen. In maat 15 staan halve noten die overgebonden staan naar maat 16, maar die maat is nooit uitgeschreven. Zo verwijzen ze naar een lege ruimte, als een dubbele punt aan het einde van een gedicht.

Vijftien maten van de opera Hamlet die ik ooit wilde schrijven. Jeugdige overmoed, kinderlijke fantasie, droomwereld.