Het is een prachtig geschreven boek. Op bijna elke bladzijde staan wel zinnen die ik wil aantekenen, waar ik hier over zou willen schrijven. Door de hoeveelheid komt er juist niets van en daarbij zijn mijn gedachten teveel bij de komende verhuizing. Niet alleen het huis stapelt vol met dozen, ook mijn gedachten.

Toch is mijn enthousiasme ambivalent en dat heeft te maken met mijn leeshouding. Doorgaans geef ik me bij voorbaat gewonnen als ik aan een boek begin, maar ik blijf me daarvan bewust. Bij Pessoa hoef ik me niet gewonnen te geven, daarvoor schrijft hij te herkenbaar. Dat laatste is het probleem: het zijn gedachten en emoties van lang geleden, mijn jaren als student. Ik kan mild terugkijken naar die tijd, maar Pessoa lijkt het te idealiseren en dat maakt dat het boek een nare bijsmaak krijgt. Pessoa (of beter: Bernardo Soares) schrijft treffend: Ik wil dat het lezen van dit boek bij u de indruk achterlaat van een wellustige nachtmerrie (240). Daarin slaagt hij uitstekend. Lang lezen in dit boek maakt, dat ik zeer vermoeid uit mijn lectuur ontwaak. Ik verzet mij tegen de schoonheid en de diepte van de zinnen, tegelijkertijd omarm ik ze.