Het voelt als een oude traditie die in ere hersteld wordt. Als de zomervakantie naderde koos ik altijd een lijvig boek en daar leefde ik als het ware een aantal weken mee. Soms herlas ik het boek van het voorgaande jaar. Misschien was De Toverberg van Thomas Mann wel het laatste kloeke werk waarmee ik de zomermaanden vulde. Sindsdien ben ik te gretig, wil ik teveel lezen in de spaarzame tijd die er is om te lezen. Maar de boeken van Thomas Mann zijn voor mij altijd zomerboeken geweest, zoals de boeken van Jeroen Brouwers altijd winterboeken waren.

Het Boek der rusteloosheid dringt zich op als zomerboek, terwijl het alles in zich heeft van een herfstboek. De verinnerlijking, de schemer, het loslaten, de slaap. Ik ben zelf een herfstmens, oktober is mijn favoriete maand. Herfstrood en avondrood. Het donker worden, de stilte voor de storm. De regenbuien in de nacht. Alles beter dan het teveel aan licht in de zomer, dan het broeierige zweterige gevoel waaraan men niet ontkomen kan. Een hete zomer is als een Tiroler blaasorkest dat maar niet uit je straat wil vertrekken. Nee, de herfst, de grote schoonmaak, de sublimatie van de neergang in schoonheid.

Waarom naar schemeringen kijken als ik duizenden verschillende schemeringen in mijzelf draag - waarvan sommige er geen zijn - en als ik die, behalve dat ik er in mij naar kijk, innerlijk zelf bén?

Fernando Pessoa Boek der rusteloosheid, 240