Terwijl de dozen het nieuwe huis werden binnen gedragen, vroeg ik me geregeld af wie we toch aan het verhuizen waren? W. had het steeds over het vakantiehuisjegevoel, alsof we op vakantie waren en onze hele huisraad hadden meegenomen. Over een tijdje zou dan alles voorbij zijn en we weer naar ons oude huis gaan.

Dankzij de hulp die we hadden, wisten we snel het huis leefbaar te maken. We verbaasden ons erover hoe snel we er vertrouwd raakten, hoe snel we ons er thuis gingen voelen. Bijna voelde ik me schuldig aan verraad aan het oude huis, dat we het hadden ingeruild, dat ik er niet rouwig om kon zijn.

Het is een verademing. De rust, de ruimte, het groen. Ik kijk vanuit een stoel naar buiten en ik zie een grasveld met daar twee imposante bomen. De twee broers noem ik ze. Hochgewölbte Blätterkronen, Baldachine von Smaragd .... Heerlijk, hier kan het vallen, de stilte.