Hij had een merkwaardige manier van praten, Jaspar, het was alsof hij iets voordroeg, zwijgen deed hij niet graag en nu was duidelijk te horen dat hij een onwaarschijnlijk dwaas verhaal wilde gaan afsteken, God weet waar het allemaal over zou gaan, over plotselinge dood en vreemdelingen met gouden banden om hun voorhoofd en vaders die met hun dochters paarden en monsterlijke dieren en kinderroof en koninklijke gezanten die de spot dreven met God en de hele wereld, en draken en meesters van draken die met een touw werden opgehangen.

Niemand kon het opbrengen lang naar hem te blijven luisteren.

Soms vroeg iemand weleens: Waarom vertel je mij zo'n onwaarschijnlijk verhaal.

Een verhaal, zei Jaspar dan altijd, dat vertel je toch alleen maar opdat de mensen zich kunnen verwonderen.

Torgny Lindgren Het licht, 14