In 404 schreef ik over mijn ontmoeting met P. en dat we boezemvrienden werden en dat die vriendschap toch voorbij ging. Het onvoorstelbare gebeurde. Misschien was onze eenzaamheid de basis geweest en toen deze eenzaamheid verdween, was de basis weg. P. kreeg een vriendin, trouwde, werd vader en verhuisde. Ik vond een vriendin, ik werd echtgenoot en vader.

Toen ik twee maanden geleden verhuisde naar B. bezocht ik P., we woonden nu weer in dezelfde plaats en elkaar zomaar ontmoeten bij de kruidenier nadat we elkaar jaren niet gezien hadden, leek me absurd. Dus ging ik langs om P. gedag te zeggen. Het werd een ontspannen weerzien, maar de magie van weleer is eruit. Tijdens ons gesprek kwamen we wel achter iets anders, dat een vreemd toeval is en wellicht een gevolg van mijn verhuizing.

Zo vind ik het na al die jaren wel zeer eigenaardig dat mijn oudste zoon en zijn oudste zoon nu 's ochtends samen naar dezelfde middelbare school fietsen. En dat ze in dezelfde klas zitten. Dat hadden we eenentwintig jaar geleden nooit kunnen bedenken.