De laatste tijd het gevoel vast te zitten, niet weten wat te schrijven. Ik wil schrijven het is moeillijk om mij te zijn, maar dat is te pathetisch, ik wil mijn lezers deze kitscherige somberheid niet aandoen. Bovendien weet ik dat zo'n momentopname tot verkeerde gevolgtrekkingen kan leiden.

Toen was daar het gedicht van Rodaan Al Galidi en er kwam een barst in het wolkendek. Ik had weer iets dat gedeeld moet worden. Ziedaar, een hoopje sprank.

Bestaan

Zoals het vliegen druppelt van gebroken vleugels
valt blauwe stilte op steen.
Mijn binnenkant is voortaan de enige plek waar ik reis.
Ik ben de rijstvelden vergeten, de dadelpalmen,
de gewonde zwanen door witte mist omgeven.
Op het paard van mijn portemonnee kwam ik hier aan.
Mijn hart is mijn bankpasje,
de zon, de maan en haar ogen mijn pincode.
En nu ben ik hier, in het koninkrijk
van vallende wateren en opstijgende ambtenaren
als een kwartiertje vertraging in de regen.
Mijn vertrek is mijn enige bestaan.
Ik moet gaan,
naar het Zuiden als deze stilte het Noorden,
naar het Noorden als deze stilte het Zuiden is.

Rodaan Al Galidi Bestaan
in: Het liegend konijn 2008/1, 14