Johann Sebastiaan Bach Cantate Herr, deine Augen sehen nach dem Glauben! BWV 102
Coro Herr, deine Augen sehen nach dem Glauben!
Elisabeth Hermans - sopraan, Petra Noskaiova - alt, Christoph Genz - tenor, Jan van der Crabben - bas, La Petite Bande olv Sigiswald Kuijken

Het eerste akkoord krijgt iets van een startschot als ik hoor hoe de hobo's ervandoor gaan. Maar ook de strijkers zijn op pad onder de rollebollende hobo's. Ik heb vaak medelijden met die hoboïsten: niet struikelen jongens, pas op voor onverwachte ritmische bochten onderweg! Dan zet het koor in, een solistisch bezet koor, met een akkoord waaruit de sopraan zich losmaakt. Herr, deine Augen sehen nach dem Glauben! De sopraan is bij Bach vaak het archetype van de kinderlijke, naieve gelovige. Niet vreemd als men bedenkt dat de sopraanpartij in zijn tijd door een jongetje werd gezongen. Mooi de opgaande lijn van sehen nach, de blik omhoog, gedachten aan schilderijen van madonna's die met gevouwen handen de blik hemelwaarts richten. Het staccato op Du schlägest sie wijst al vooruit op wat komt, een fugatische passage, waar de solisten het staccato alterneren met de hobo's. Zouden de hoboïsten zich aangesproken voelen door het du plagest sie, aber sie bessern sich nicht? Het 'slaan' in deze passage tussen de verschillende stemmen doet denken aan de oude middeleeuwse hoketus-techniek. De muziek gaat even terug naar het begin om af te ronden. Voordat we naar een nieuw gedeelte gaan, horen we nog van alle kanten boven een orgelpunt om Herr geroepen worden. Dan verandert de sfeer. Sie haben ein härter Angesicht denn ein Fels und wollen sich nicht bekehren zingt de bas. Het härter hoeft bijna niet muzikaal uitgedrukt te worden, het Duits doet dat als vanzelf. Toch is de sfeer ineens donkerder, de hoge instrumenten zwijgen even, de hoboïsten mogen aan de zuurstof, we staan onder aan de berg. Geweldig hoe Bach de spanning van de leidtoon op Fels gebruikt om als het ware over de top de vallen. In de muzikale structuur wordt eveneens een berg beklommen. De fugatische inzetten gaan van laag naar hoog: bas-tenor-alt-sopraan-violen, om vervolgens aan de afdaling te beginnen: sopraan-alt-tenor-bas. Wanneer we weer beneden zijn, zijn we weer terug bij af. Natuurlijk krijgt het slotakkoord op Glauben een ietwat onverwachte grote terts, de sombere kleine terts zou ongepast zijn.

Herr, deine Augen sehen nach dem Glauben! Du schlägest sie,
aber sie fühlen's nicht; du plagest sie, aber sie bessern sich
nicht. Sie haben ein härter Angesicht denn ein Fels und wollen
sich nicht bekehren.