Het is niet goed, maar ik moet iets! Daarom kom ik steeds weer terug, om te kijken, te genieten van het uitzicht. Het is mijn plekje, al bestaat het niet, geen presenteerblad kan het dragen. De onveranderlijkheid is zorgwekkend, er moet iets veranderen! Schrijf dan, schrijf! Het maakt niet uit wat, wie weet komt er iets zinvols. Wie de ruimte inkijkt en weet dat ruimte tijd wordt, die weet hoe de blik naar binnen werkt. Sporen van licht uit een ver verleden, vage contouren van gebeurtenissen en mensen komen boven. Uit de spaarzame gegevens probeer ik te verklaren, hoe de melkwegstelsels, de parallelle universums in mijn geheugen ontstaan zijn. Zo is schrijven spoorzoeken geworden, sporen die terug leiden naar de Grote Knal. Wat is er voorbij de grens? Waar ben ik voorbij de grens? Wat de schotels der wetenschap ook opvangen, er bestaat geen radarbeeld van die grote stilte, de stilte van afwezigheid. Daar zijn geen sporen, zelfs geen zwarte gaten. Dus ik schrijf. Zou een deeltjesvertrager doen samenklonteren, de gaten verlichten, zodat de sporen beelden worden, terug in de tijd? Moeten we dan vertragen voorbij de stilstand? Tot in eeuwigheid. Amen. Het is niet goed, maar ik moest iets. Begrijp dat dan! Nu ga ik zitten en kijk naar wat voorbij drijft.