Het was nagenoeg een apocalyptische boodschap gedaan door wetenschappers. Al langer graaft de mens tunnels om kleine aan het oog onttrokken deeltjes rond te laten snellen, ze op elkaar te laten botsen. Als op een kermis. En dan kijken wat er gebeurt. Steeds langere tunnels, steeds kleinere deeltjes, sommige wetenschappers werden er nerveus van, er zou wel een alles verslindend zwart gat kunnen ontstaan. Terug naar de baarmoeder van moeder aarde. Dit in een wereld die drijft op economische dynamiek, waar mensen steeds sneller communiceren, waar de mens steeds sneller informatie tot zijn beschikking heeft (maar steeds minder weet), steeds sneller spreekt (en steeds minder zegt), steeds sneller beweegt (en steeds vaker nergens aankomt), waar zelfs het imago steeds sneller wil zijn. Vorwärts, vorwärts, marsch, marsch, ein, zwei! De wereld als een zwarte afgrond waar alle licht van de verbeelding, de rust en de stilte, aandacht en geduld, in lijkt te worden opgeslokt.

Waar is de tijd voor ontstaan, voor rijping, voor reflectie over en het verlangen naar dat ene achter de horizon? Leef ik in een randwereld waar stilstand en denken al als een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid kan gelden? In een wereld die zichzelf te pletter consumeert? Verkwist uw tijd, laaf u aan ledigheid! Gebruik uw tijd eens niet optimaal, verveelt u! Zorg dat u zich niet (oppervlakkig) vermaakt, consumeer nu eens niet, ga gewoon zitten en wees alleen met uzelf, alleen uzelf, en zet uw zintuigen open! Daarmee zou u de wereld wel eens kunnen redden. jwl is uw cursusleider en profeet, wat ik u brom!

Het principe van het traditionele dagrooster was in wezen negatief: opheffing van de ledigheid. Het was verboden de tijd te verkwisten die door God was toegemeten en door mensen werd betaald; het rooster moest het gevaar bezweren van de tijdverspilling, die economisch als laakbaar en moreel verwerpelijk werd beschouwd. De discipline daarentegen richt een positieve economie in. Ze gaat uit van het principe van een theoretisch al maar groeiend gebruik van de tijd: dus indeling, maar ook exploitatie. Het gaat erom steeds meer beschikbare momenten aan de tijd te onttrekken, en uit deze momenten steeds meer bruikbare krachten te putten. Dit betekent dat iedere fractie van een moment zo intensief mogelijk gebruikt moet worden – alsof men door opsplitsing de tijd onuitputtelijk zou kunnen maken; of althans door een steeds gedetailleerdere interne inrichting van de tijd een ideaal punt zou benaderen waar de maximale snelheid samenvalt met de optimale effectiviteit.

Michel Foucault Discipline, Toezicht en Straf, 213-214