Na afloop van de voorstelling raakte ik de weg kwijt. Zo belandde ik in het centrum van een voor mij onbekende stad. Smalle wegen, fietsen zonder licht, eenrichtingsverkeer. In het licht van de avond zag ik er de humor wel van in en vroeg me in gedachten glimlachend af wat ik straks thuis zou aantreffen. Nabij Station Hollands Spoor wist mijn reisgenoot me weer op het juiste spoor te brengen. De weergoden probeerden nog mijn thuiskomst te vertragen, maar het was onafwendbaar, ik zou wél binnen afzienbare tijd thuis komen.

Ongeveer een half jaar geleden vroeg hij me of ik meeging naar een toneelvoorstelling. Gezien de datum van de voorstelling wilde hij me dit graag cadeau doen. Alles bijelkaar zou dit cadeau ruim acht uur duren, inclusief pauzes en een maaltijd. Ik aarzelde, een liefhebber van toneel ben ik nooit geweest, een kenner evenmin. Ergo, ik voelde een heimelijk dédain voor het toneelwereldje. Het aantal voorstellingen dat ik ooit gezien heb, zijn op één hand te tellen. De laatste keer was zeker meer dan vijftien jaar geleden. Toch zei ik 'ja', want zo'n avontuur, daar sta ik uiteindelijk open voor.

Zo nam ik dan afgelopen zaterdag afscheid van mijn vrouw om naar het westen te reizen. Niet om een Geil Wijf te redden, maar om in het Appeltheater in Scheveningen de voorstelling Odysseus van toneelgroep De Appel te ondergaan. Om half twee begon het eerste deel, om tien uur 's avonds was het laatste en zesde deel afgelopen.

Nu wil het goede gebruik dat men een gegeven paard niet in de bek kijkt. Kritiek op de voorstelling moet men dan ook niet opvatten als het in de bek kijken, want mijn dankbaarheid voor dit cadeau is er niet minder om. De ervaring zal nog lang in mij voort broeden en het zal me niet verbazen dat deze dag impliciet nog menig stukje hier zal beïnvloeden. Eigenlijk wil ik nog een keer ...

In deel vijf ging het wat mij betreft mis, laat ik maar met het dieptepunt beginnen. Odysseus spoelt aan op het eiland Scheria en wordt daar gastvrij ontvangen door de koninklijke familie. Een intrigant probeert twijfel te zaaien of het wel verstandig is om vreemdelingen zomaar gastvrij te ontvangen, ze zouden maar massaal per boot naar dit rijke eiland kunnen komen. De verwijzingen naar de huidige tijd zijn hier te expliciet. De kitscherige aankleding van paleis en koninklijke familie en vooral de geblondeerde haren moeten te nadrukkelijk associëren met de dag van vandaag. Was ik de rest van de voorstelling geboeid door het acteren, hier miste ik overtuiging en kreeg ik de indruk dat de acteurs zich daarvan bewust waren.

Deel drie was het hoogtepunt. Alleen al het toneelbeeld was prachtig, duister. De Hades leek wel bevolkt door daklozen, rondhangend tussen het afval van de grote stad. Kil en vochtig (een waterstraal lekte voortdurend uit de bovenwereld naar beneden op het podium) was hier de onderwereld waarin de gesprekken tussen Agamemnon, Achilles en Odysseus plaatsvonden. De confrontatie met het schimmenrijk vormt een keerpunt in de psychologische ontwikkeling van deze Odysseus. De woede van Achilles, de diplomatie van Agamemnon en de verwarring bij Odysseus werd hier buitengewoon spannend neergezet.

Misschien was het wel een voorstelling met twee gezichten. Enerzijds de klassieke kant, de psychologisering, de tragiek van de held, de ontwikkeling en bovenal het tijdloze, de zoektocht, de eeuwige thema's. Anderzijds het amusement, het platte vermaak, de verwijzing naar het hedendaagse (oppergod Zeus verkleed als Pavarotti inclusief het witte zakdoekje; de verwijzing naar John de Mols Gouden Kooi; op een gegeven moment begon ik in Poseidon Jan Wolkers te zien). Ik heb geen problemen met deze laatste kant – in zo'n marathonvoorstelling kan de snaar niet voortdurend gespannen zijn –, maar als de knipogen te vet worden en teveel leuk willen zijn, dan gaat dat storen. Gelukkig werd mijn beginnende irritatie elke keer ruimschoots overspoeld door een volgende prachtige scène.

Ondanks alle kanttekeningen die ik kan maken, heb ik me geen moment verveeld. En nog vraag ik me af in hoeverre hier een spel werd gespeeld met het publiek en met de Odysseus. Ging het eigenlijk wel om Odysseus, was die oude tekst niet slechts aanleiding? Ging het hier niet om het plezier van het theater maken? Geacht publiek, het is maar toneel! Tijdens het slotapplaus zag ik de acteurs lachen als kwajongens. Alsof hun toneelvoorstelling elke keer weer een gemeenschappelijk feest is.

De laatste kilometers door de miezerige regen, bijna thuis. Nee, het was geen cadeau wat ik in een boekenkast kan zetten, het was een tijdelijk cadeau. Maar ik zal het nog vele malen uit mijn geheugen trekken, herkauwen, nagenieten. Misschien moet ik Homerus eens gaan lezen!

Ik parkeer de auto achter het huis, loop over het tuinpad naar de achterdeur. In de keuken kijk ik even naar het messenset ... zou ik ...? Nee, gelukkig hoef ik op mijn weg naar mijn wachtende Penelope geen tientallen vrijers om te brengen, nee, zelfs geen één.