Als we nu de bank daar neerzetten, dan zou hier een klavecimbel passen! Ik zie de glimlach en de twinkeling in de ogen van mijn vrouw. Het is een steeds terugkerende droom van ons, een klavecimbel laten bouwen of eventueel een goed instrument kopen. En daar gaat dan de gewonnen ruimte in ons nieuwe huis! Vooralsnog is het slechts voorpret en een droom die wellicht nooit concreet zal worden. Zeker niet in deze tijden. Maar ik zou het geweldig vinden om mijn vrouw weer eens het Italiaans Koncert van Bach op een klavedinges te horen spelen in plaats van een piano. Of haar partij in één van de Pièces de Clavecin en Concerts van Jean-Philippe Rameau horen studeren.

Jean-Philippe Rameau Pièces de Clavecin en Concerts
Cinquième Concert: La Cupis

Erg mooi vond ik de zaal van het Conservatorium niet. Een rechthoekige zaal, waarbij de achterzijde van het podium een halve cirkel vormde. De zitplaatsen waren comfortabel, maar laag, je zakte er helemaal in weg en het podium voelde honderden meters van je verwijderd. Daarbij was het noodzakelijk geweest allerlei platen aan plafond en muren te bevestigen om de akoestiek te verbeteren. Waarom moesten die platen nu zonodig in zuurstokkleuren? Maar ik was daar niet om de architect van een zaal te bewonderen, maar mijn vriendin die gevraagd was om een barokvioliste op haar examen te begeleiden in dat stuk van Rameau. Wie die violiste was, dat herinner ik me niet meer, ik had alleen maar oog voor de klaveciniste. Ik vond haar zo mooi, vooral als ze speelde! Niemand kon zo mooi spelen als zij. (Op de viola da gamba speelde Maaike en ik heb nooit iemand een mooiere klank uit dat instrument horen halen dan zij.) Als ik de muziek hoor dan zie ik haar weer terug, op de muziek bewegend, op dat podium in de zaal van het Conservatorium. Wat zou ik daar graag weer even willen zijn om te luisteren hoe het was ...