We hadden een aardig gesprek over een politiek onderwerp. Hij had net gezegd wat zijn mening was en ik vroeg hem hoe hij zo tot zijn mening gekomen was. Nou gewoon, het was zijn mening, er klonk wat ergernis door in zijn stem. Ik gaf mijn ideeën over het onderwerp en probeerde aan te geven hoe ik daartoe gekomen was en dat het wellicht een hele persoonlijke opvatting was en wellicht ook wel een hele onhandige persoonlijke opvatting, maar vooralsnog wist ik niet beter. Sommige onderwerpen zijn gewoonweg te complex om er een sluitende opvatting over te hebben. Er viel een stilte, ik hoorde hem denken. Toen kwam het: dat hij toch gewoon zijn mening mocht hebben, dat hij toch de vrijheid had om te denken wat hij dacht en dat ik hem die vrijheid moest geven. Ik was perplex en keek hem verbijsterd aan. Hij tierde ondertussen verder. Dat ik het altijd maar met hem oneens was en hij het gevoel had dat hij maar zo moest denken als ik, maar dat hij ook het recht had op zijn eigenste mening.

Dit had ik niet zien aankomen. Hoe kan het toch dat mensen denken dat ze geen mening zouden mogen hebben als je niet met ze instemd? Het beroep op de vrijheid van meningsuiting is zolangzamerhand net zo'n dooddoener geworden als het beroep op het recht een eigen smaak te hebben. Is dat beroep eenmaal gedaan, dan word je geacht te respecteren, te zwijgen en te zoeken naar een ander onderwerp. Terwijl ik het juist zo boeiend vind om erachter te komen hoe iemand tot zijn opvatting gekomen is. Van mij hoeven meningen niet wetenschappelijk doordacht te zijn, daar gaat het me niet om, maar de keuze zegt iets over iemand, geeft kleur aan iemand en daar ben ik nieuwsgierig naar. Ik denk iemand beter te begrijpen als ik weet hoe iemand zijn keuzes motiveert. Dat kan leiden tot een mooi gesprek en daar houd ik wel van.

Nog boeiender kan het zijn wanneer iemand zegt geen mening te hebben, want dat kan enerzijds duiden op ongeïnteresseerdheid, maar aan de andere kant – en daar gaat het mij om – kan het een teken zijn dat iemand zich in het onderwerp verdiept heeft, wetenschap heeft van de vele kanten van het onderwerp en daardoor niet tot een mening kan komen. Want vrijheid van meningsuiting betekent niet alleen het recht op een mening, maar ook het recht geen mening te hebben of het recht een mening op te schorten. Algemener gesproken: vrijheid gaat niet alleen om wat je mag hebben en mag doen (maar niet noodzakelijkerwijs moet hebben en moet doen), vrijheid gaat ook over wat je mag laten. Vrijheid komt eerder tot zijn recht in het weigeren ervan gebruik te maken, dan in het opeisen. Zeker in onze samenleving is het te pas en te onpas opeisen van die vrijheid van meningsuiting absurd en belachelijk, want we hebben die vrijheid. Natuurlijk weet ik dat er een sfeer kan ontstaan dat ondanks de juridische vrijheid, mensen in Nederland het gevoel kunnen hebben dat die vrijheid ingeperkt wordt. In vergelijking met landen echter waar die juridische vrijheid niet is en waar mensen worden geacht de mening van de heersers te volgen, is dat gejammer hier in ons alledaagse decor met een bakje koffie ronduit lachwekkend.

Natuurlijk peperde ik mijn gespreksgenoot het bovenstaande niet in, daarvoor kende ik hem te slecht. Vrijheid van meningsuiting is een artikel geworden wat je kunt consumeren, gratis uit een krantje. Je plaatst het in je bovenkamer en net als met een artikel uit de Blokker of Ikea weet je op een dag niet meer waarom je het hebt (gekocht). Nee, ik respecteer, zwijg en probeer naar een ander onderwerp over te gaan onder het genot van nog een koffie.