Het zal ongetwijfeld op zo'n herfstige avond geweest zijn, zo'n donkere vochtige avond, dat ik van Bosch en Duin naar Zeist fietste om mijn beste vriend te bezoeken. Onze wekelijkse avond van ouwehoeren en muziek luisteren. Deze avond had hij een verrassing voor mij in petto. Na binnekomst werd ik op zijn vertrouwde zwartleren bankje geplaatst en kreeg een kopie van pianouittreksel op schoot. Lachend werd de muziek aangezet en P. vertrok naar de keuken. Ik mocht niet kijken van wie de muziek was, zo deden we dat vaker, ik moest raden.

De muziek was overdonderend. Snel dalende drieklanken in de strijkers en daar was een koorinzet Dixit Dominus Domino Meo. Niet alleen overdonderd, ik was verbijsterd. Wat een muziek! Buitengewoon spannend, ik bleef meelezen en luisteren, wat zou er komen? Ik werd heen en weer geslingerd tussen de ene na de andere virtuoze passage. De muziek barstte van de energie, ik werd er zowaar lacherig, nee, ik werd er vrolijk van. Tegelijkertijd vond ik dit spierballenvertoon van de componist oppervlakkig en ergerlijk, het miste in mijn oren absoluut diepgang. Wie zou dit geschreven hebben? Ik had geen idee wie deze compositorische circusact had geschreven.

Georg Friedrich Händel was amper eenentwintig jaar toen hij werd uitgenodigd door één der Medicis om een rondreis te maken door Italië. Daar ontmoette hij vele muzikale grootheden en Händel zal ongetwijfeld vele muzikale invloeden opgedaan hebben. In die Italiaanse jaren (1706-1710) rijpte zijn vakmanschap. Hij was een man van de wereld, een man van carrière maken. Tijdens deze reizen door Italië moet hij gevraagd zijn om muziek te maken voor de Carmelieten Vespers. Eén van de psalmen was psalm 109 Dixit Dominus. Wellicht heeft Händel de kans gegrepen om eens te laten horen waartoe hij allemaal in staat was. De jeugdige overmoed straalt van de muziek af. Nauwelijkse doorleefde muziek, effectbejag, maar wat een brille, wat een talent. Hij zal ongetwijfeld voor dit stuk hebben beschikt over goede solisten en koren, het kan niet anders. Het zou me evenmin verbazen als hij met deze muziek zijn welgestelde publieke compleet ingepakt heeft. Het was natuurlijk eveneens een sollicitatie naar een goedbetaalde baan aan een der vorstenhuizen (daarom moest de muziek de tekst wel doen vergeten, schat ik zo in).

Nog steeds krijg ik energie van deze muziek. Ik moet lachen om de capriolen van Händel. Het is heerlijk oppervlakkig, de muzikale snaar kan ook niet altijd gespannen zijn. Maar het is ook bewondering, omdat het vakmanschap bevat. Het is ongekende spannende muziek waarbij ik nog steeds op het puntje van een denkbeeldige zwartleren bank ga zitten.

Georg Friedrich Händel (1685-1759) Psalm 109 Dixit Dominus (1707)
6. Dominus a dextris tuis
Jill Feldman, Emma Kirkby, Emily Van Evera, Margaret Cable, Mary Nichols, Joseph Cornwell, David Thomas, Taverner Choir & Players olv Andrew Parrott

Dominus a dextris tuis,
confregit in die irae suae reges.
Iudicabit in nationibus, implevit ruinas:
conquassabit capita in terra multorum.

De Heer is aan uw rechterhand,
op de dag zijner toorn zal hij de vorsten verpletteren.
Hij zal de volkeren oordelen, tot de ondergang brengen,
de leiders van velen zal hij neerslaan.