Het waait er altijd en de wind die er waait is altijd koud. De touwen klapperen tegen de palen en de vlaggen staan strak. De tent voor de ingang van sporthal De Moriaan probeert zich manmoedig staande te houden. Het is de wind die bij het Corus-Schaaktoernooi in Wijk aan Zee hoort. Dit jaar is de tweede maal op rij dat ik niet meedoe aan één van de amateurtoernooien, maar ik kan het niet laten een middag te gaan kijken. Ik ken er de weg zolangzamerhand en daar in Wijk aan Zee verandert weinig. Alsof de schaakklokken daar eeuwig tikken en de spelers er eeuwig de hoogmis van het schaak komen opvoeren. Het is geruststellend om te merken dat er niets veranderd is, ik herken de gezichten.

Dit seizoen ben ik weer competitie gaan schaken en uit praktische overwegingen bij een andere schaakclub. Een jaar lang had ik hooguit wat vluggertjes gespeeld op internet en de partijen van mijn oudste zoon gevolgd. Ik las geen boeken of tijdschriften meer over schaken, het internationale schaaknieuws volgde ik wel, maar kon me nauwelijks boeien. Soms vreesde ik dat de liefde definitief over was. Ik wilde zien of het terug kon komen, het kon toch niet zomaar verdwenen zijn?

Dat ik de afgelopen maanden van de negen partijen er slechts één verloor en er één remiseerde, heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat ik langzaam maar zeker weer plezier in het spel begin te krijgen. Ik speel anders: rustiger, beheerster. De concentratie is terug, en een frisse blik op het spel. Schaakstellingen die ik vroeger zou verprutsen, weet ik ineens tot een goed einde te leiden, daarover verbaas ik mezelf keer op keer. Dit succes zal niet eindeloos zijn, dat weet ik, maar toch geeft het een nieuwe impuls aan een oude liefde.

Volgend jaar weer meedoen in Wijk aan Zee. Vraag me niet wat het precies is, daar in Wijk aan Zee, maar het doet mij weer verlangen. Het schaakbordje is terug in mijn tas, evenals de boeken.