Ik wilde niet naar de film Gomorra, ik vreesde het geweld in de film, ik doe mezelf daar geen plezier mee. Het werd de Afghaanse film Buddha collapsed out of shame. Een verhaal dat zich afspeelt in de vallei waar een aantal jaren geleden de Taliban de immens hoge boeddhabeelden opblies. Het zesjarige meisje Bakhtay wil net als haar buurjongetje naar school. We zien hoe zij aan geld probeert te komen, een schriftje koopt en de school probeert te vinden. Onderweg wordt ze getreiterd door jongens die oorlogje spelen bij de brokstukken van een opgeblazen boeddha. Op indringende wijze wordt de problematiek van oorlog en godsdienstfanatici voelbaar gemaakt vanuit het perspectief van spelende kinderen. De psychologische agressie die hier verbeeld wordt, is minstens zo aangrijpend (zo niet aangrijpender) als in een film als Gomorra. De samenvattende slotzin van de film zal ik niet licht vergeten, maar zal ik hier niet weggeven. Het komt erop neer, dat – wil men leven in een land als Afghanistan – men eerst een innerlijke dood zal moeten sterven om te kunnen (over)leven. Een bijzondere film.