Iemand adviseerde mij ooit: neem ongeveer vijftien auteurs, lees alles van hen en over hen, en laat het daarbij. Een mooi advies aan iemand die juist zijn wanhoop had geuit over zijn onmacht enig structuur in zijn lezen te brengen. Ik heb het advies nooit erg serieus genomen, maar ik heb me wel afgevraagd voor welke auteurs ik dan eventueel zou kiezen en of ik ooit vijftien auteurs zou halen.

In mijn vroege tienertijd wilde ik alles van Jules Verne lezen. Ik spaarde mijn zakgeld om zo nu en dan zo'n blauw bandje aan te kunnen schaffen. Ze staan nog steeds in mijn boekenkast en ik heb Reis om de wereld in tachtig dagen voorgelezen aan mijn oudste zoon. Maar het eerste dure boek dat ik van mijn gespaarde centjes kocht, was De laatste deur van Jeroen Brouwers. Waarschijnlijk had ik een documentaire op tv gezien, ik weet niet meer goed waarom ik dat boek kocht, een boek over zelfmoord in de Nederlandse letteren. Ik was onder de indruk van de stijl van Brouwers, misschien de eerste keer dat ik onder de indruk was van een wijze van schrijven. En zoals dat hoort in de pubertijd, Brouwers werd een held, ik wilde alles van hem lezen. Dat heb ik heel lang volgehouden. De zondvloed beschouwde ik als zijn ultieme meesterwerk, Zomervlucht viel daarna erg tegen. Jaren later heb ik nog erg genoten van Geheime kamers, maar de magie tussen mij en de boeken van Brouwers was over. Maar ze staan er nog steeds en soms pak ik de band met Zonder trommels en trompetten en het prachtige Overal stilte uit de kast om erin te bladeren en te lezen.

Naast Brouwers was ik in de ban van Thomas Mann en ja, ik heb mijn tijd gehad met Hermans en Mulisch, maar de liefde verzadigde keer op keer. De enige held die is gebleven, is de filosoof Friedrich Nietzsche. Er zijn tijden dat ik hem niet lees, maar het komt altijd weer terug.

Misschien heb ik aan één held genoeg, misschien heb ik de behoefte om van auteurs idolen te maken achter me gelaten. Dat hoort bij een periode in je leven, een periode waarin je je graag spiegelt aan voorbeelden, liefst met een foto aan de muur. En misschien verwar ik de keuze van vijftien auteurs wel met de keuze voor vijftien idolen.

Desalniettemin zijn er auteurs die blijvend mijn belangstelling lijken te hebben. Patricia de Martelaere heeft mij ooit ingepakt met haar essays. Miriam Van hee deed dat met haar poëzie en ondertussen zijn daar Esther Jansma, Hester Knibbe, Maria Barnas en K. Michel bijgekomen. De beminnelijke Alberto Manguel is mij dierbaar met zijn liefde voor boeken en lezen, al laat ik de laatste tijd nieuwe vertalingen van zijn werk staan in de winkel. Ton Lemaire verrastte mij met Open zinnen en sindsdien veer ik op als er een artikel van hem in een tijdschrift staat of als er een nieuwe titel van hem besproken wordt. Hetzelfde geldt voor Rüdiger Safranski die in staat is mij op z'n minst de illusie te geven moeilijke filosofen als Heidegger te begrijpen. Van Peter Sloterdijk begrijp ik niets, maar ik val als een blok voor zijn waanzinnige boeken.

Zo kan ik nog wel even doorgaan, ik zal vast nog wel een belangrijke naam vergeten (Simon Schama? Jonathan I. Israel? Torgny Lindgren? Michel de Montaigne? Menno ter Braak? Carry van Bruggen? ... ach, laat ik maar stoppen, dit leidt nergens toe). De afgelopen jaren heb ik, mede door andere webloggers, liefde opgevat voor de boeken van Fernando Pessoa en W.G. Sebald. Alleen daarom al was het lezen van blogs de moeite waard.

Wel, zit ik al op vijftien? Geen idee, het doet er ook niet toe. Doorgaans leest men het boek, waar men aan toe is. Althans als men zich niet laat sturen door de hype van de dag en het glimmen van glossy boekenmagazines. Boeken hebben de eigenaardige eigenschap om op het juiste moment in iemands leven te komen.

Het is zeker zo, dat de keuze van mijn lectuur geleid wordt door een aantal interessegebieden: (de geschiedenis van de) Nederlandse literatuur, (de geschiedenis van de) filosofie, religie (niet godsdienst), cultuurkritiek (anarchisme), maar zeker niet alles is hiertoe te herleiden. Bovendien zijn deze onderwerpen zo breed, dat er nauwelijks sprake is van een beperkende keuze. En ach, boeken verwijzen naar elkaar zoals websites naar elkaar verwijzen, men kan eeuwig doorgaan met dwalen. (Zo verwijst de naam Ton Lemaire een paar alinea's verder alweer naar de naam Paul de Wispelaere en bedenk ik me ondertussen al hink-stap-springend dat ik ook jarenlang fan ben geweest van Eriek Verpale.)

Of er toch een structuur in mijn lezen zit, dat wil ik niet uitsluiten, maar het is van geen belang meer voor mij. Het gaat uiteindelijk ook niet om de auteur en zijn boek, maar om het lezen zelf. De concentratie van het lezen, het aangaan van een gesprek met een tekst. De verrijking van de leeservaring, het verdiepen van je inlevingsvermogen, het reizen door de tijd, door mogelijke werelden, het ontstaan van nieuwe gedachten, het kantelen van een wereldbeeld. Ik ben eraan verslaafd, het is een primaire levensbehoefte geworden.