La Pellegrina. Music for the wedding of Ferdinando de' Medici and Christine de Lorraine, Princess of France, Florence 1589
Jacopo Peri (1561-1633) Dunque Fra Torbide Onder
Harry Van Berne - tenor, Eitan Sorek - tenor, Stephan Macleod - bas, Huelgas Ensemble olv Paul van Nevel
Sony Vivarte 63362

Tegen het einde van de zestiende eeuw kwam er in Italië langzaam maar zeker een nieuwe muziekstijl in de mode. Deze muziekstijl is wellicht door een vergissing ontstaan (en met een rijke fantasie zou men een lijn kunnen trekken naar de hedendaagse popmuziek).

Nieuw in deze tijd waren de Camerata. Schrijvers, musici, adel kwamen bij elkaar om over wetenschap en kunst te spreken. De Florentijnse Camerata is beroemd geworden, ten huize van graaf Giovanni de' Bardi. Eén van de onderwerpen die er besproken werd was hoe ze de klassieke Griekse stijl nieuw leven konden inblazen. Naast de vader van Galileo, Vincenze Galileo, kwamen daar in de jaren 1570-1590 ook twee componisten die in de muziekgeschiedenis verbonden zijn met een nieuwe, barokke, muziekstijl: Giulio Caccini en Jacopo Peri.

Men dacht dat één zangstem met begeleiding het dichtste bij de klassieke Griekse muziek zou komen. De tekst kwam op de eerste plaats en de zanger moest van de begeleiding alle ruimte krijgen om uitdrukking aan deze tekst te geven. De begeleiding, basso continuo, zorgde als het ware voor de harmonische basis waarbinnen de zanger zijn interpretatie van de gezongen tekst kon geven. De zanger kreeg hierbij zeer veel ritmische vrijheid om zijn virtuositeit (met barokke ornamenten) te tonen, de begeleiding volgde. De uitdrukking van de emotionele lading in de tekst werd belangrijk, dissonanten mochten hierbij nadrukkelijk gebruikt worden.

Een groter contrast met de religieuze polyfone koorstijl uit de Renaissance is bijna niet denkbaar. Lange tijd zou deze polyfone stijl het nog volhouden naast de nieuwe, monodische stijl. Men sprak van de Primo Prattica naast de Seconda Prattica. Claudio Monteverdi zou deze Seconda Prattica tot grote hoogte brengen. Jacopo Peri verdween achter de schaduw van Monteverdi, maar staat nog wel in de geschiedenisboeken als componist van de eerste opera. Opera als wederbegoorte van het klassieke Griekse toneel, het verhaal van Orfeo was daarbij favoriet. De opera's van Peri waren sfeervolle herderspelen, Monteverdi was de eerste die het arcadische doorbrak en het drama introduceerde in de opera.

In 1589 trouwde in Florence Ferdinando de' Medici met Christine de Lorraine. Kosten nog moeite werden gespaard en ook de muzikale 'avant-garde' werd uitgenodigd nieuwe composities te maken. Een collectief van tekstschrijvers en componisten maakten La Pellegrina, een toneelstuk met zes mythologische intermedia tussen de bedrijven. Het moet voor die tijd spectaculair geweest zijn, al leek het nog niet op wat later opera zou worden: nog geen grote decors of machinerieën om van alles door de lucht te laten vliegen of decorwisselingen te laten plaatsvinden.

Jacopo Peri tekende voor het vijfde intermedia met een klaagzang Dunque fra torbide onder, een schitterend vroeg voorbeeld van de nieuwe monodische stijl, waarbij ook nog eens de mode van de echo gebruikt werd. Monteverdi zou later in zijn opera Orfeo een vergelijkbare echo in de onderwereld gebruiken en in zijn Mariavespers.