Claudio Monteverdi (1567-1643) Vespro della Beata Vergine (1610)
Gloria patri et filio ...
Mark Tucker (tenor), Nigel Robson (tenor), London Oratory Junior Choir, His Majesties Sagbutts & Cornetts, Monteverdi Choir, English Baroque Soloists olv John Eliot Gardiner
Deutsche Grammophon Archiv 429 565

Muziek klinkt het mooiste in de stilte van de avond. Wanneer de kinderen naar bed zijn en mijn vrouw een activiteit elders heeft, die momenten zijn er om te genieten van de zwijgzaamheid van de boekenkast en de klanken van bijvoorbeeld de Mariaverspers, één van mijn favoriete muzieken.

Hoe zat het ook al weer? Heb ik het ergens gelezen, heeft iemand het mij zo vertelt? Ik probeer het verhaal uit mijn slecht werkende geheugen op te diepen. De post van maestro di cappella aan de San Marco in Venetië was vacant. Monteverdi leefde met zijn twee zoontjes (zijn vrouw was enkele jaren eerder overleden) berooid bij zijn ouders thuis. Wellicht was het het opportunisme van Monteverdi geweest die de hertog van Gonzaga ertoe gebracht had hem te ontslaan. Het kwam de hertog ook niet slecht uit, hij kampte met geldgebrek. De roem van Monteverdi was bekend in Venetië, maar men twijfelde aan zijn kunde om grote religieuze werken te componeren. Hij kreeg de kans om de Mariaverspers te laten horen in de San Marco en het stuk moet daar ingeslagen zijn als een bom. Het enorme werk was dan ook niet gespeend van het nodige theater, Monteverdi wist zijn vaardigheden als operacomponist goed toe te passen. Daarnaast wist hij gebruik te maken van de akoestische ruimte in de San Marco. Het is niet ondenkbaar dat solisten en koren op verschillende plekken waren opgesteld om het theatrale effect nog groter te laten zijn. Een uitvoering als sollicitatie? Waren het de complete verspers zoals we nu kennen? Het is niet ondenkbaar. In ieder geval werd Monteverdi unaniem aangenomen. Monteverdi was met zijn nieuwe baan als het ware de muzikale leider van Venetië en had bepaald geen geldzorgen meer. In ieder geval moest hij de geestelijke muziek bij het kerkelijk jaar verzorgen, de wereldlijke muziek was een ander geval. Geld voor opera was er voorlopig niet.

Het is altijd weer zo'n kippenvelmoment. Als het Magnificat is ingezet, weet ik dat het eraan komt. Het orgel zet een akkoord neer en de klank van de tenor daalt vanuit de gewelven op mij neer: Gloria Patri, et Filio, et Spiritui Sancto (Eer zij aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest), een andere tenor echoot het na om extra muzikale diepte te geven. Typisch barok, die illusie van diepte. Maar dan, het jongetjeskoor (gevleugelde engeltjes) dat in een tergend traag tempo op de achtergrond een contrast neerzet. Het hemelse eeuwige onschuldige tegenover het wereldse, aadse geluid van de (opera)tenoren. Wie kan daar ongevoelig voor zijn? Het lijkt wel alsof Monteverdi eveneens de renaissance stijl naast een barokke stijl heeft willen zetten, alsof hij heeft willen laten horen dat hij beide stijlen beheerst, ze kan vermengen. Daar gaan de Mariavespers compositie-technisch over.

Dan wordt de doxologie afgesloten met het Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et in saecula saeculorum. Amen (zoals het was in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.). Ik doe mijn ogen weer open. Inderdaad, deze muziek mag eeuwig duren.