Mijn ogen willen niet meer, ik ben moe. Ik stop Regels voor het mensenpark terug in mijn werktas en besluit om de dvd van Into great silence op te zetten. Dat doe ik vaker als ik 's avonds alleen ben, even een stukje van die documentaire kijken en misschien juist wel deze dvd, omdat ik nog steeds niet echt begrijp wat mij nu zo mateloos intrigeert aan die beelden – ondanks alle bezwaren die ik ook heb. Is het mijn verlangen naar stilte en eenvoud in deze dolgedraaide open inrichting wat we de Nederlandse samenleving noemen (de PVV van Wilders de grootste partij?!)? Het contrast met de kluizenaars in Grenoble kan niet groter zijn. Het is zeker niet hun devotie dat me aantrekt, ik ben niet godsdienstig en ik weiger me druk te maken over de vraag of er nu wel of niet een god bestaat. Nee, het is hun wereld zonder stress, zonder lawaai, zonder consumentisme, dat me inspireert.

Het is ook de herinnering aan de tijd dat MM en ML nog baby waren, de tijd van de gebroken nachten. W. ging dan altijd vroeg naar bed en ik bleef dan beneden met ML (of, langer geleden, met MM). Dan lag ik op de bank met een slapende baby op mijn borst te kijken naar de great silence. Dat waren mooie momenten en het zijn dierbare herinneringen.

Zoals men na een goede horror-film de adrenaline nog voelt stromen en de trap naar de slaapkamer met argwaan opgaat, zo weet Into great silence het kader van de televisie te vergroten tot mijn huiskamer. De stilte maakt de ruimte groter en doet de tijd langzamer gaan. Er is een scene waar in een hal van het klooster rechts zonlicht schuin door een raam valt, terwijl links een monnik de trap op gaat naar een lichtere ruimte, daartussen aan een muur, centraal, een klok. Een andere monnik windt de klok op. Zo zien we de tijd verbonden worden met het tijdloze. Zo verbindt ook de stilte zich met het geluid in de ruimte. Alleen al het ruisen van de wind in de bomen, het zingen van een vogel in de verte, maakt de ruimte immens groot, omdat het geluid is in de grote stilte. Het geluid accentueert de stilte.

Het maakt me melancholiek, want ik weet, dat – hoezeer ik ook zal proberen om deze stilte mee te nemen in het dagelijkse leven – de volgende ochtend de bestiale herrie van onze welvaart mij weer zal overspoelen. Het lawaai van de moderniteit maakt de ruimte om te leven klein, de oppervlakte van een kooi. Leven in een mensenpark.