Jazeker, ik zag hem staan, daar, in de snikhete zon. Ik hoorde hem roepen, hij schreeuwde zijn longen uit het lijf. Roependen in de woestijn, verenigt u! Zijn verhemelte bloedde, zijn lippen barstten open, leeg en uitgeput viel hij neer in het zand. Ik zag hem sterven in de vrieskou van de nacht. Daar waar zijn lichaam verging, werd de grond vruchtbaar en groeide een oase. Soms, in mijn dromen, vind ik daar beschutting.