We lopen over het jaagpad terug, langs de altijd voortstromende Kromme Rijn. In de verte zie ik de witte brug al. De zon schijnt nog volop in het westen. Ik duw de wandelwagen met mijn dochtertje. M. fietst enthousiast bij zijn ouders vandaan, achterna gezeten door S.; mijn vrouw houdt ze al roepende in de gaten. Een mooi beeld om vast te leggen in mijn geheugen: wij, zo bijelkaar, met z'n allen. Voor het oog van de wereld een eenvoudig burgerlijk gezinnetje, voor mij een moment van groot geluk.