Brieven naar Brugge (2)

wat voorafging

Bunnik, 14 april 2009

Waarde Pascal,

Schrijvers kunnen heel verbaasd zijn als lezers iets uit hun tekst halen waarvan ze menen dat ze het er niet in gestopt hebben. Die verbazing ervaarde ik enigszins toen ik jouw tweede brief las. Hoezo snij ik 'het bestaan van God' als onderwerp aan? Nergens toch? Integendeel, zou ik willen beweren. Constateerde ik niet dat God dood is? Constateerde ik niet het failliet van de Grote Verhalen en liet ik niet het humanisme door Sloterdijk ten grave dragen? Nee, mijn onderwerp was eerder welke rol intellectuelen, hoeders van de humaniora, nog hebben in een wereld die totaal geen boodschap lijkt te hebben aan een culturele traditie. Zijn wij niet slechts archivarissen die op onze websites preken voor eigen parochie? Maar wellicht was dit de draai waar ik je toe uitnodigde en had je die nodig op uit te komen op esthetiek en religie.

Ik ben veel te pessimistisch. God is helemaal niet dood, zelfs jij, Pascal, houdt er nog een godsbeeld op na, hoe verlicht ook. Al mag in West-Europa het instituut kerk niet meer de betekenis hebben die het ooit had, in grote delen van de wereld is diezelfde kerk springlevend. En ik moet ook niet zeuren over de stand van zaken als het om kunst en cultuur gaat. Zelden is de toegang tot cultuur zo gedemocratiseerd geweest. Boekhandels hebben stapels in hun schappen, schijnbaar verkoopt het. Musea en koncerten worden bezocht. Wie de culturele overzichten in kranten en tijdschriften bekijkt, moet wel tot de conclusie komen dat er schijnbaar vraag is, anders zou er niet zoveel aanbod zijn. Kunst en cultuur zijn goederen geworden die toch verkopen en het leunt werkelijk niet alleen op subsidie. Het Concertgebouworkest zal heus niet spelen zonder publiek. Het Van Goghmuseum doet goede zaken, zie ik aan rondlopende toeristen in Amsterdam. Dus waar maak ik me druk over.

Nee, ik houd me evenmin bezig met de vraag naar het bestaan van God. Ik verbaas me er echter niet over dat mensen zich er wel mee bezighouden. Juist omdat ik me kan voorstellen dat velen in hun fundamentele eenzaamheid aanhaken bij een traditie en wellicht wat warmte vinden in een kerkelijke gemeenschap. De behoefte aan zingeving zou wel net zo fundamenteel kunnen zijn als de constatering dat de mens eenzaam is. De ontmaskering van God en Grote Verhalen heeft een diepe leegte achtergelaten, wie daarin zijn vragen roept, hoort slechts echo's. We kunnen het eeuwenlange zoeken naar antwoorden door de rede, door het geloof, door het maken van kunst zien als taalspelen. We zouden inderdaad kunnen zeggen dat er niets anders meer rest dan taalspelen (met dank aan Wittgenstein), maar is de reden om voort te gaan met deze taalspelen uit esthetisch genoegen niet dezelfde reden waarom men in vroeger tijden de Grote Verhalen vertelde: het geeft ons meer macht en het gevoel te controleren en te beheersen (met dank aan Nietzsche). En leiden estheticisme en ijdelheid, consequent volgehouden, niet tot een ergerlijke vorm van pedanterie (met dank aan Reve en zijn versie van het katholicisme).

Leven we niet in een wereld waarin een ieder zijn eigen kleine verhaal aan het vertellen is? Hoe boeiend dat ook kan zijn, het levert een wereld op waarin iedereen zijn leventje zin probeert te geven op een nadrukkelijk particuliere wijze. Het levert een wereld op die Peter Sloterdijk zo treffend vergelijkt met schuim: elke bel een eigen wereldje, met een uiterst kwetsbaar beschermlaagje (het eigen kleine verhaal), waarin men probeert mentaal te overleven. Natuurlijk wel een internet verbinding tussen elk belletje. (Is het dan niet verwonderlijk dat er in de literatuur zoveel kleine verhalen geschreven worden, niet klein in de zin van omvang, maar klein van betekenis?)

Hoe kunnen we vaste grond onder onze voeten krijgen als onze wereld in essentie niet meer beschikt over absolute grootheden als God en Waarheid, en ook niet over Schoonheid? Wat is dan nog de bron en waar komt ons verlangen vandaag om onze overtuigingen uit te dragen via, bijvoorbeeld, een website? Een verlangen naar het onmogelijke? Is ijdelheid als antwoord niet slechts een pose? Of is het het verzamelen van cultureel kapitaal à la Pierre Bourdieu?

Even een witregel, even een stap terug. Leegte, rust, op adem komen. Na het tikken van deze brief maakte ik een wandeling en ik vroeg me af in hoeverre mijn vragen en gedachten overeenkomen met de werkelijkheid. Staat juist niet dat intellectuele gedoe een goede blik op de werkelijkheid in de weg? Zou ik me niet veel prettiger voelen wanneer ik die malende en zoekende stem in mijn bewustzijn eens wat minder gewicht zou geven?

Dan denk ik aan mijn zoontje die vanaf de witte brug over de Kromme Rijn een tak in het water gooit en met een grote glimlach de tak volgt in de stroming. Bestaat de afgrond van de eenzaamheid niet juist alleen in het intellectuele spel? Wat nu als die afgrond niets anders blijkt te zijn dan een eenvoudige rivier die maar voortgaat en voortgaat en waarop je je zou kunnen laten drijven, de ogen gesloten, genietend van de zon. De rivier die je als vanzelf langs de obstakels laat gaan, zonder problemen, als je je maar overgeeft. Pas als je gaat nadenken, besef je dat je zou kunnen verdrinken, je zou in paniek kunnen raken en pas dan komt het gevaar om de hoek kijken. Waarom heb ik die kinderlijke zorgeloosheid niet meer en lijken zoveel andere mensen die nog wel te hebben? Is het gebrek aan vertrouwen? Gebrek aan geloof?

Wel, ik hoop dat het mooi weer is daar in Brugge, mooi weer om te gaan fietsen of om foto's te maken! Geniet van de lente! Ik zal vanaf de brug uitkijken naar je volgende brief!

veel groeten,
jwl