Brieven naar Brugge (3)

wat voorafging

Bunnik, 25 mei 2009

Waarde Pascal,

Onlangs trok er 's nachts een gigantisch noodweer over de Nederlanden. Het was alsof mijn huis een eiland was geworden waar omheen het natuurgeweld tekeer ging. Ik inspecteerde het huis. Waren de ramen op de kinderkamers goed gesloten, was er ergens lekkage? Vanuit de huiskamer zag ik de bomen in de wijk, ze stonden er gelukkig stabiel bij, ze gaven slechts mee met de harde wind. Wel hoorde ik de takken van de boom naast het huis tegen de muur schrapen en het toilet borrelde alsof dionysos zelf een poging deed mijn schijnwereld van veiligheid te binnen te vallen.

Ik ontving een mooie brief van jou. Je omschrijving van het gat in de wereld aan de hand van Hermann Hesse lijkt me adequaat. Het beeld van een samenleving die gaten probeert te vullen met sport, amusement, porno, populaire cultuur is eveneens heel herkenbaar. Toch wringt de schoen ergens en ik heb me de afgelopen tijd – tussen alle perikelen in de persoonlijke levensfeer door – afgevraagd waardoor. Want hebben al die gatenvullers niet gelijk? Als je je illusies niet meer kan koesteren, waarom dan niet het leven omarmen zoals het zich aandient? Als er geen algemene richtsnoer meer is, geen absoluut gegeven wet of moraal, waarom dan niet plezier maken, leuke dingen doen? Waarom mogen die mensen niet lekker lachen om Paul de Leeuw? Ik ken ze hoor, die mensen, het zijn aardige mensen. Ze werken en vermaken zich en soms ben ik jaloers op het gemak waarmee zij ogenschijnlijk door het leven gaan.

Nee, dat intellectuele, ik ben er niet altijd gelukkig mee. Natuurlijk, in mijn eigen veilige omgeving kan ik genieten van de schoonheid die me toevalt. Maar het maatschappelijke onbehagen met elitarisme en intellectualisme raakt mij zeer. Ik moet dan altijd aan de woorden van Menno ter Braak denken: De menschen zullen niets meer aan mij merken, zoo gewoon zal mijn ongewoonheid zijn. Het is helaas slecht met Ter Braak afgelopen, omdat hij waarschuwde voor het bruine gevaar en hij zijn consequenties trok uit het naderende onheil. Menno ter Braak sloeg de hand aan zichzelf. Ik vrees de uitsluiting. Het is mede deze intellectuele alleenzaamheid die mij tot het webloggen heeft gebracht.

Zijn intellectuelen eigenlijk niet (ook) mensen met een hoge sensitiviteit die voortdurend waarschuwen voor een teveel aan waarheid? Zoals dieren slecht weer voelen aankomen en vast dekking zoeken, zo willen intellectuelen voortdurend waarschuwen voor het illusieloze leven dat velen leiden. Prima dat jullie zo vermaken, maar pas op, het leven is niet alleen maar een mooie buitenkant, er is een onderstroom die voortdurend de idylle zal verstoren. De intellectueel als dominee, maar dan zonder god en bijbel en vertrouwend op zijn eigen oordeel, zijn zelfreflectie, zijn zelfspot.

Kant heeft het eiland van de zuivere rede opgemeten en aan alles een plek gegeven. Deze geordende samenleving is echter saai en leeg zonder grote verhalen. Het eiland wordt omgeven door een gigantische, bruisende oceaan, de oceaan van de verbeelding, een zee van illusies, waar in de mist zo nu en dan andere eilanden lijken op te doemen. Ik begrijp heel goed dat mensen in die zee willen zwemmen, want die zee blijkt ook de zee van het amusement, de sport, de porno en Paul de Leeuw heeft daar ook zijn eilandje. Het wordt pas problematisch als mensen een dergelijk leven tot norm verheffen. De zee wordt een vlucht in louter amusement aangevuld met roesmiddelen, soft-drugs, drank. Het is slechts de oppervlakte van de oceaan, de intellectueel en de kunstenaar duiken in de diepte om de ongekende rijkdom onder de oppervlakte zichtbaar te maken.

Ik ben slechts in staat om op het strand mensen mooie vergezichten aan te wijzen of een schelp op te pakken en het ruisen van de zee te laten horen of om te vertellen over de grote diepzeeduikers die prachtige ontdekkingen deden. Zo zie ik mijn weblog ook. Maar hier komen mensen lezen die toch al wisten te genieten van het uitzicht. Ik bereik de mensen niet die alleen maar in de zon willen bakken of aan de oppervlakte wat verkoeling zoeken. Het is preken voor eigen parochie. Ik zal in mijn dagelijks leven moeten proberen mensen te verleiden verder te reiken.

Het is me weer niet gelukt, Pascal, om een minder omvattend thema aan te snijden. Het spijt me. Misschien zit het eenvoudigweg niet in me, misschien denk ik wel teveel in grote gebaren. Laat ik besluiten met je een vraag te stellen naar aanleiding van een recensie die Ilja Leonard Pfeijffer onlangs schreef in het NRC over de verzamelde gedichten van Hans Verhagen. Waar moet poëzie over gaan? Is het een cultureel verantwoorde decoratie van ons geletterd bestaan of moet het de stem van onze onderbuik laten horen? Hoe zie jij de poëzie in onze samenleving? Kan de poëzie een platte wereld weer reliëf geven?

stormachtige groeten,
jwl