Gregorio Allegri (1582-1652)
Miserere (fragment)
The Tallis Scholars

De schoonheid van deze muziek zit in de eenvoud (waarmee niet gezegd wil zijn dat de muziek eenvoudig is). Het is geschreven in de jaren dertig van de zeventiende eeuw, maar heeft de uitstraling van de polyfone stijl uit de Renaissance (Palestrina). Toch is de nieuwe stijl van de Barok niet aan het werk voorbij gegaan door de subtiele dissonanten op sterke maatdelen. Het is uitgebalanceerd, doorzichtig. Het heeft de eenvoud van een introvert gebed – Heer, heb erbarmen – zonder het theatrale smeken om erbarmen. Het enige ornament in de muziek is die sopraan die zo nu en dan een ongewisse sprong in de hoogte mag maken, een prachtig effect, alsof de gelovige de ogen nederig en verlangend opslaat naar de hemel.

De geschiedenis van deze Miserere is bijzonder. Het werd geschreven voor de liturgie van de Heilige Week (op woensdag en vrijdag) in de Sixtijnse Kapel. Het was omgeven met geheimzinnigheid, want de Misereres die hier werden uitgevoerd in deze bijzondere tijd mochten alleen daar en op die dagen uitgevoerd worden. Opschrijven of overschrijven van de noten was streng verboden, men riskeerde excommunicatie.

Of de veertienjarige Mozart op de hoogte was van dit verbod weet ik niet, maar het verhaal gaat dat hij in de Heilige Week de muziek op woensdag hoorde en het thuis meteen vanuit zijn muzikale geheugen noteerde. Vrijdag ging hij nogmaals terug om de puntjes op de i te zetten. Ook al zit er veel herhaling in de muziek, het blijft een prestatie van formaat. Het is een mooi vroeg voorbeeld van Mozarts verzet (al of niet bewust) tegen de kerkelijke autoriteiten. Op één van zijn reizen liet Mozart het manuscript achter bij Dr. Charles Burney. Deze publiceerde het in London in 1771 en daarmee was de ban verbroken. Mozart werd door de Paus gesommeerd naar Rome te komen, maar in plaats van excommunicatie kreeg hij een hoge onderscheiding.

Er zijn twijfels over de volledigheid van Mozarts versie. Wellicht ontbraken er allerlei versieringen die de versie van de Sixtijnse Kapel zo bijzonder maakte. Veronderstelde Mozart deze Renassaince versieringen als bekend? Of was zijn manuscript alleen een geheugensteuntje en vulde hij zelf de versieringen aan?