Het rolt tussen de toppen van mijn duim en wijsvinger. Ik knijp een oog toe om met het andere beter te kunnen zien. Alsof het een extreem verkleind filmblik is. De film van mijn leven die ik vlak voor mijn laatste ademstoot zal zien; een kleine film van een slechte regisseur, schiet het sarcastisch door mij heen. Zelfcensuur: dat mag ik niet denken, laat staan: schrijven. Ik kijk weer, ik grijns en stop de bittere pil in mijn mond. Goed doorslikken, flink zijn, anders stik ik nog.