Het was niet een nadrukkelijk gevoel van geluk dat me overviel, maar ik kon er niet omheen, er kwam een gevoel van welbehagen over me, van thuiskomen wellicht. Dit is toch wel de mooiste filmzaal die ik ken, zei ik tegen de vriend met wie ik naar de bioscoop was gegaan. Ik keek rond en zag de sporen van de vroegere toneelzaal, het doek hangt boven het podium. De donkere, zwarte muren hebben in het licht iets mysterieus. Maar bovenal de eenvoudige en comfortabele stoelen en de zeer aangename verhouding tussen de grootte van de zaal en de grootte van het doek. Met honderzesentwintig stoelen is het geen kleine zaal, maar ook niet massaal. En hoeveel prachtige films heb ik daar al niet gezien? Misschien is het een onbewuste associatie met die schoonheid die ik daar zo vaak heb mogen beleven.

De film die we gingen kijken, L'avventura van Michelangelo Antonioni, had ik daar ooit al eens eerder gezien, met een andere vriend, in een kleinere zaal. Ik herinnerde me vooral de scènes op het eiland in het begin. Een oude vulkaan, niet meer dan een enorme rots in de zee. Een stel rijke lui probeert er de verveling te verdrijven, totdat één van de jonge vrouwen, Anna, spoorloos verdwijnt. Tijdens de zoektocht horen we het ruisen en bulderen van de zee en ik moest aan recente teksten van mezelf denken. Het lijkt wel alsof het eiland en de zee zelf personages zijn geworden in de film. Alhoewel er veel schitterende momenten in de film zijn, maakten opnieuw deze beelden op het eiland de meeste indruk op mij.