Franz Liszt (1811-1886)
La lugubre gondola I (1882)
La lugubre gondola II (1885)
Leslie Howard - piano

Het leven van Richard Wagner (1813-1883) is onmiskenbaar één van de meest spannende levensverhalen uit de muziekgeschiedenis. Tegelijkertijd staat hij bekend als de minst sympathieke persoon. Wat voor hem gepleit heeft is de trouwe vriendschap die Franz Liszt altijd voor hem gevoeld heeft. Hoe onaardig Wagner ook kon zijn voor zijn grote vriend en beschermer, Liszt bleef geduldig en goedhartig, zelfs als schoonvader van Wagner.

Eind 1882 bezocht Liszt Wagner in Venetië, Wagner verbleef daar in het Palazzo Vendramin aan het Canal Grande. Het ging schijnbaar niet goed met Wagner en het verhaal gaat dat Liszt aanvoelde dat Wagner wel eens in Venetië zijn einde kon vinden. In een droom zag Liszt de dode Wagner liggen in een zwarte gondola, een type gondola dat gebruikt werd voor begravenissen. Liszt verwerkte dit beeld tot de compositie La lugubre gondola, waar hij een aantal jaren een uitgebreidere versie van schreef. Wagner overleed een aantal maanden later, in februari 1883.

Ik ben nooit in Venetië geweest, maar ik verbeeld me in deze muziek het roeien van de gondolieri, het wiegen van de boten en het klotsen van het water te horen. Daarbij de donkere tonen van de piano, een chromatische en klagende melodie. Het is een bewerking van een barcarolle, een gondellied. In de harmonie is elke vaste bodem verdwenen, als luisteraar blijf je in de lucht zweven, of: op het golvende water drijven. Deze muziek is duister en desolaat, een nachtmerrie zonder theatrale ophef. Liszt moet erg van Wagner gehouden hebben.