Toen ik vanochtend mijn ogen opende, was zij er niet. Beneden zag ik dat zij de nacht had doorgebracht in de tuin. Dat was altijd al een wens van haar, een nacht slapend doorbrengen in de open lucht. Het was er warm en droog genoeg voor geweest. Terwijl ik de boterhammen voor de dag smeerde en koffie zette, werd ze wakker. Ze kwam met een grote glimlach binnen.

In de carport zag ik een grote rode kater zitten. Ze keek gebiologeert naar een dode rat, wellicht hoopte ze nog dat deze in beweging zou komen. Nu begreep ik waarom er zoveel poezen door onze tuin waren gegaan terwijl ik mijn ontbijt had gegeten. De plaatselijke club had waarschijnlijk een feestelijke nacht gehad.