Afgelopen zaterdag zag ik in het NRC met voldoening dat Bas Heijne weer terug was. Zijn tweewekelijkse column lees ik altijd met veel plezier en interesse. Altijd prikkelend, altijd in staat om tot een samenhangende visie te komen en voldoende eigenzinnig, zodat hij met zijn beschouwingen mij weer aan het denken zet. Mocht dat al niet genoeg zijn, hij weet het ook nog eens scherp en treffend te verwoorden.

Zijn eerste column na de verkantie ademt een sfeer van iemand die terugkomt uit een ander land en zich verbaasd over zijn vaderland. Dat er weer niets veranderd is, dat het maar voortmoddert hier. Maar zijn ingehouden boosheid maakt mij aan het lachen en zijn passage over Geert Wilders is mij uit het hart gegrepen.

Dat Geert Wilders een paar zetels zakte in de peilingen werd geweten aan de mediastilte tijdens het politieke reces, dat Geert Wilders er weer zetels bij kreeg dankte Geert Wilders juist aan zijn voorstel om uit te rekenen wat allochtonen kosten en aan zijn besluit om maar in twee gemeenten mee te doen met de verkiezingen van volgend jaar – wat in de media aanvankelijk briljant gevonden werd en toen juist weer heel dom. Het resultaat is niet dat je een beter begrip krijgt van het fenomeen Geert Wilders, het resultaat is dat je meer dan genoeg krijgt van het fenomeen Geert Wilders.

Welkom terug Bas, en niet alleen om dit fragment. Je oneliner Het gaat allang niet meer om de stem van het volk, maar om de stemmingen van het volk zal ik zeker nog vaak citeren. En bij de volgende passages heb ik instemmend zitten knikken. Gelukkig hoef ik niet beroepsmatig televisie te kijken in dit kneuterige landje waar alleen stompzinnigheid de mensen in beweging lijkt te krijgen.

Misschien dat twee weken Griekenland een gevaarlijk soort relativisme in mij hebben losgemaakt. Maar neem de opiniepagina's van de kranten van de afgelopen maanden door of kijk een uurtje televisie, en je weet het zeker: alle energie gaat in Nederland in het debat zitten. Iedere nieuwe kwestie wordt als een vette kluif in de arena van de publieke arena gegooid en er wordt gevochten – niet totdat iemand er met het bot vandoor gaat, maar tot het volkomen kaal gevreten is. Dan is het tijd voor een nieuw bot.
(...)
Ik ken geen ander land waarin het maatschappelijke – en het politieke – zo sterk tot een vorm van impressionisme is geworden. In andere landen wordt over sport gepraat in sportprogramma's, over mode in modeprogramma's, over Paris Hilton in Paris Hilton-programma's – en over politiek in politieke programma's. Iedereen staat het vrij in die onderwerpen geïnteresseerd te zijn, of niet. Maar er is onderscheid, of, zoals je wilt, hiërarchie. In Nederlandse praatprogramma's lult iedereen over alles. De voetbalcommentator roert zich over Ramadan, de politicus oordeelt over de moeder van Jan Smit, de grenzen vervagen, alles heeft evenveel waarde. Tekenend is dat de voormalige zanger van BZN, Jan Keizer, het presentatieduo Knevel en Van den Brink aan hun verstand moest brengen dat de Nationale Kwestie van Jan en Yolanthe een doodgewone verkering was.