de eeuwige terugkeer (14)

857. An Franz Overbeck in Basel (Postkarte)

<Wiesen, 15. Juni 1879>

(...)
Hr. Schmeitzner berichtet über einen abscheulichen Mißerfolg meines Hauptbuchs (M<enschliches> Allz<umenschliches>), nach der Ostermessen-Abrechnung. Es sind, statt 1000 Ex, wie er erwartet, nur 120 Ex. verkauft. (Er wird wohl daran zu Grunde gehen!)
(...)

KSB 5, 418

Menschliches, Allzumenschliches is niet de eerste publicatie van Nietzsche. Naast enkele kleinere publicaties gingen zijn hoofdwerken Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik (1872) en Unzeitgemässe Betrachtungen (1873-1876) vooraf. De laatste bestaat uit vier delen en oorspronkelijk was materiaal uit Menschliches, Allzumenschliches bedoeld voor een volgend deel onder de titel Die Pflugschar of Die Freigeist. (Wie de nagelaten aantekeningen kent, weet dat Nietzsche een liefhebberij had in het verzinnen van titels en titelpagina's.) Dat het uiteindelijk een zelfstandig boek zou worden, was onvermijdelijk.

Naast de onvrede met zijn baan als filoloog aan de universiteit van Basel, begon hij ook steeds meer moeite te krijgen met zijn grote voorbeelden Arthur Schopenhauer en Richard Wagner. Met name het verlies van zijn grote vriend Wagner moet voor hem een ontnuchterende ervaring geweest zijn. De eerste Bayreuther Festspiele in 1876 waren cruciaal. In zijn autobiografische schets Ecce Homo (1889) schrijft Nietzsche:

De wortels van dit boek horen thuis in de weken van de eerste Bayreuther Festspiele; een diep gevoel van vreemdheid tegenover alles wat me daar omringde, is een van zijn ontstaansvoorwaarden. Wie er enige idee van heeft wat voor visioenen toen al mijn weg gekruist hadden, kan vermoeden hoe ik mij voelde toen ik op een dag in Bayreuth wakker werd. Net alsof ik droomde... Waar was ik toch? Ik herkende niets, ik herkende Wagner nauwelijks. Vergeefs bladerde ik in mijn herinneringen. Tribschen – een ver eiland der gelukzaligen: geen schaduw van enige gelijkenis. De onvergelijkelijke dagen van de eerstesteenlegging, het kleine, saamhorige gezelschap dat die kwam vieren en dat het niet aan gevoel voor fijne naunces ontbrak: geen schaduw van enige gelijkenis. Wat was er gebeurd? – Men had Wagner in het Duits vertaald. De wagneriaan was Wagner de baas geworden! – De Duitse kunst! de Duitse meester! het Duitse bier!... Wij anderen, die maar al te goed weten tot wat voor geraffineerde artiesten, tot wat voor kosmopolitisme op het gebied van smaak Wagners kunst zich uitsluitend richt, waren buiten onszelf toen we Wagner behangen met Duitse 'deugden' terugvonden. (...) Genoeg, ik reisde midden in de spelen voor een paar werken af, heel plotseling, ondanks het feit dat een charmante Parisienne mij probeerde te troosten; ik verontschuldigde me bij Wagner enkel met een fatalistisch telegram. In een diep in de bossen verscholen plaatsje in het Bohemerwoud, Klingenbrunn, droeg ik mijn melancholie en mijn verachting voor de Duitsers met mij om als een ziekte – en schreef van tijd tot tijd, onder de verzameltitel 'die Pflugschar', iets op in mijn zakboekje, louter harde pschychologische zinnen die misschien in Menschliches, Allzumenschliches nog zijn terug te vinden.

Friedrich Nietzsche Ecce Homo, 81-82

Nietzsche suggereert hier dat zijn teleurstelling in Bayreuth de basis vormde voor het schrijven van Menschliches, Allzumenschliches. Dat is een dramatisering achteraf. (Nietzsche schreef Ecce Homo in een tijd waarin zijn geestelijke gezondheid al achteruit ging, de laatste maanden van 1888.) Niet letterlijk waar, maar in de geest zal het wel kloppen. In werkelijkheid had Nietzsche in het voorjaar van 1876 al grote delen aan zijn vriend Peter Gast gedicteerd en hij zou er tot eind 1879 aan blijven werken.

Het schrijven aan Menschliches, Allzumenschliches was voor Nietzsche een schrijven naar vrijheid. Hij wilde zich al schrijvende losmaken van zijn grote voorbeelden. De waarheden die hij meende gevonden te hebben, bleken uitgevonden waarheden. In Bayreuth had Nietzsche achter de façade van Wagner kunnen kijken. Alhoewel Nietzsche de componist Wagner heimelijk zal blijven bewonderen, wil hij niets meer weten van die enge nationalistische en antisemitische omgeving waarin Wagner tot wagneriaan werd en genoot van de bewieroking die hem ten deel viel. Nietzsche zal zich ook gebruikt gevoeld hebben, zijn schrijven was voor Wagner filosofische propaganda ter meerdere glorie van hemzelf. Nietzsche wilde zijn eigen filosofische weg gaan, maar kon zich alleen op radicale wijze losmaken van de invloed van Wagner.

Toen Nietzsche in 1879 Basel verliet en in feite verder zou leven zonder woon- en verblijfplaats, had hij dat dus ondertussen ook in figuurlijke zin gedaan. We treffen in Wiessen een man aan die schepen achter zich verbrand heeft en lichamelijk voortdurend ziek is. Hoofdpijnen, braken en slechte ogen, doktoren adviseerden hem om niet te lezen of te schrijven, om in ieder geval de tijd daarvoor te minimaliseren. Door het publiceren van het eerste deel van Menschliches, Allzumenschliches had Nietzsche een vrijheid voor zichzelf gecreëerd, die tegelijkertijd een eenzame vrijheid was. Wagner had het boek doorgebladerd, zo lezen we in de dagboeken van zijn vrouw Cosima, om het vervolgens met weerzin weg te leggen en nooit meer in te kijken. Ook had Nietzsche zich vervreemd van andere vrienden en bewonderaars. Zijn grootste vriend uit zijn studententijd, Erwin Rohde, kon hem niet meer volgen en langzaam maar zeker verstomde het contact. In Rusland werd het boek zelfs verboden, de uitgever Schmeitzner liet dat in andere landen met een band om de boeken vermelden om de verkoop te verhogen.

Naast de inhoudelijke breuk met het verleden, was Nietzsche overgaan op een andere vorm van schrijven. Waren zijn eerdere boeken nog afgeronde betogen, lange teksten met een rode draad en een conclusie, in Menschliches, Allzumenschliches stapte hij over op een aforistische schrijfstijl. Het ligt voor de hand om dit in verband te brengen met zijn slechte ogen. Het was onverstandig voor Nietzsche om zijn ogen te vermoeien, dus zou hij daarom fragmentarisch gaan schrijven. Maar zijn ogen waren zeker niet de enige reden. Nietzsche beschikte niet meer over een alomvattende visie, hij was een zoekende geworden. Hij noteert op essayistische wijze zijn gedachten. Soms zijn dat meerdere alinea's, soms slechts enkele zinnen, splinters van gedachten. Er zit geen systeem in, fragmenten spreken elkaar tegen of de teksten overlappen elkaar. Het boek is een neerslag van gedachten die hij tijdens zijn wandelingen in zijn denklaboratorium heeft uitgedacht. Het zal zeker geen toeval zijn, gezien zijn afkeer van Bayreuth en alles wat Duits-nationalistisch was in die tijd, dat hij daarbij aansloot bij Franse schrijvers (Wagner had een hekel aan alles wat Frans was). Nietzsche was een lezer van Montaigne en noemt ook de namen van La Rochefoucauld, La Bruyère, Fontenelle, Vauvenargues en Chamfort. Het eerste deel werd aan Voltaire opgedragen: Dem Andenken Voltaire's geweiht zur Gedächtniss-Feier seines Todestages, den 30. Mai 1778. De essayistische en aforistische stijl zal Nietzsche niet meer opgeven. Had Nietzsche nu geleefd, hij zou een weblog bijgehouden hebben.

Het eerste deel van Menschliches, Allzumenschliches verscheen in april 1878. De eerste aanvulling Vermischte Meinungen und Sprüche verscheen in maart 1879, dus nog voordat Nietzsche ontslag nam. De tweede aanvulling Der Wanderer und sein Schatten zal in december 1879 verschijnen. In 1886 werden het eerste deel en de aanvullingen samengebracht in één band, waarbij de aanvullingen het tweede deel werden genoemd.