Zo sta ik in de late avond buiten nog een sjekkie te roken. Het duister wordt spaarzaam verlicht door enkele lantaarns. In zo'n stilte komt een andere wereld tot leven. De zachte muziek van de bomen. De wolken die voorbijschuiven in het schijnsel van de maan. De zilvergrijze poes van de buren die me van een afstandje gadeslaat. Ik kijk naar het donkere silhouet van het huis waar ik nu meer dan een jaar woon. Hier kunnen we oud worden, zeiden we tegen elkaar. De gedachte stort in zonder geluid te maken, het verbrokkelt tot ruïne. Ik laat het vuur nog eenmaal gloeien, adem uit en gooi de peuk in een put. Verdoofd.