Het was een oude wens en in het nieuwe huis zou het uitkomen. Toch duurde het nog ruim een jaar, maar daar is het dan: een eigen plek waar ik in alle rust kan lezen en schrijven. De noodzaak voor zo'n plek was toegenomen en mijn vrouw leverde een waardevolle bijdrage door mij een bureau cadeau te doen op mijn verjaardag.

Daar staat het nu op de grote zolderetage, voor een raam met een uitzicht. Ik ben er blij mee, maar voordat ik er optimaal gebruik van kan maken, moet eerst al die administratieve achterstand weggewerkt worden. Op een plek waar ik dicht bij mezelf wil komen moet orde zijn. Het is tijd om overbodige ballast te verwijderen, ik wil keuzes maken en weer tot de kern komen. Dat zal nog niet meevallen.

Wanneer 's avonds laat het huis tot rust gekomen is, schuif ik achter mijn bureau en zie ik mijn spiegelbeeld in het raam verschijnen. Dat roept herinneringen op aan de tijden dat ik op mijn studentenkamer soms dagen achter mijn bureau zat te lezen, te studeren en brieven te schrijven. De alleenzaamheid van toen, de confrontatie met mezelf, de demonen. Ik vrees en verwelkom het allemaal, ik kan niet anders.