KRONIEKEN LEZEN

vijandige dauw in opstandige pruimebloesem
bewaakt het duister dat het noenzwaard uithouwt
de revolutie begint de volgende ochtend
en de klacht van een weduwe doorkruist de toendra als wolven

om de voorspelling trekken de voorouders zich terug
in een van geloof en verlangen omstreden rivier
zonder einde – alleen de kluizenaar in de draaikolk
ervaart de stilte van een ander soort gedachten

van hoog ziet men de zon die zakt op de troon
als beschaving en fluitspel vervliegen in de lege vallei
verheft zich het seizoen uit de puinhopen
klimmen vruchten over de muur op jacht naar morgen

Bei Dao Overwinteren
in: Het trage vuur 45, 45