Een lichte koorts, misselijkheid en kramperige benen lieten mij afgelopen dinsdag het bed houden. Gelukkig was ik niet dermate ziek dat ik niet kon lezen. Dinsdagland. Schetsen van België van Dimitri Verhulst was aangename lectuur om mijn zinnen te verzetten, ik las het boek met plezier uit. Karikaturen van België was misschien een betere ondertitel geweest, want Verhulst beheerst de kunst om met taal karikaturen van zijn landgenoten te schetsen en dat ook nog zo te doen dat het niet verveelt. Al vind ik zijn stijl soms erg behaagziek – hij wil zo graag leuk zijn –, zijn karikaturen zijn niet beledigend, eerder mild en dat redt zijn boek in mijn ogen. Verhulst beheerst de kunst van de satire, heeft een vlotte pen en alleen als voor de zoveelste keer de Vlaamse verslaving aan het wielrennen ter sprake komt, wilde ik nog wel eens glimlachend een zucht slaken.

Ondertussen ben ik gefascineerd door Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst, een nieuw boek van filosofe Joke J. Hermsen. In diverse essays ontwikkelt zij een visie op een andere, vergeten, tijdsbeleving. Zij leunt hierbij zwaar op Henri Bergson en probeert sporen van de filosofie van Bergson te traceren in literatuur (Proust, Mann, Broch, Woolf), muziek (Simeon ten Holt), beeldende kunst (Mark Rothko) en filosofie (Heidegger, Sloterdijk). De persoonlijke noot ontbreekt niet in deze essays en zoals het hoort bij essays: Hermsen zoekt, is fragmentarisch, experimenteert. Of zoals Hermsen het zelf in haar reisjournaal beschrijft: Ik wil geen dichtgetimmerd, academisch betoog over de tijd schrijven, maar een boek maken met een meer open, meer fragmentarische structuur: een bonte verzameling van inkijkjes, ervaringen en perspectieven op de tijd. Een stuk of twaalf eassys, die ieder vanuit een andere windrichting het vliedende middelpunt van mijn boek benaderen: de onbenoembare 'andere tijd' (107-108). Ik ben nu halverwege het boek en ik kan niet anders zeggen dat ze uitstekend slaagt in haar opzet. Bovendien ben ik haar dankbaar voor de introductie in de filosofie van Bergson waar ik slechts terzijde kennis van genomen had. Het boek opent deuren voor mij, laat mij in gedachten verder denken en laat me zelfs met andere ogen naar de film De spiegel van Andrej Tarkovski kijken. Ineens begreep ik een aspect van Tarkovski's beeldentaal die me voordien altijd ontgaan was. Helaas komt Tarkovski niet voor in het boek van Hermsen.

Het verschil tussen een mechanistische, lineaire kloktijd en de tijd als duur heeft Bergson zoals we zagen betrokken op het onderscheid tussen een ik dat handelt volgens de principes van het praktische verstand en een zelf – le moi profond – dat met de dynamische tijd als duur verbonden is. Meestentijds zijn we volgens Bergson dat handelende ik, een soort bewust automaton, dat verstandelijk reageert op prikkels uit de omgeving. Soms echter breekt door deze 'korst van mechanische handelingen' de ervaring van de tijd als duur heen. Dat is wat ons bijvoorbeeld in (dag)dromen overkomt of in de reflectie, de kunst, of in andere ervaringen met een verhoogde concentratie, zoals sporten, erotiek of meditatie, waarbij we het gevoel voor het verstrijken van de lineaire tijd als het ware verliezen. In het belangeloos beschouwen of het artistieke scheppen krijgt de tijd als duur volgens Bergson meer kans, omdat de schrijven of kunstenaar tijdens het scheppingsproces afstand moet nemen van zijn functioneel handelende ik en in de diepere lagen van zijn zelf moet afdalen, dat, net als de duur, dynamisch, dat wil zeggen permanent in wording is. Als we iets van de tijd als duur willen ervaren, is het noodzakelijk dat we uit de economische tredmolen stappen, die ons leven zo sterk bepaalt, en als het ware een pas op de plaats maken, of zoals Bergson het zegt 'ons leven op zijn beloop laten'. Onze intuïtie voor de duur kan ontwikkeld worden als we onze aandacht ook richten op muziek, de kunst en de literatuur, waar zij op steeds andere wijze van zich doet spreken.

Joke J. Hermsen Stil de tijd, 62