Ze wilde de maan zien, dus nam ik haar op de arm om samen uit het raam te kijken. Een prachtige volle maan, we waren er allebei even stil van. Ik dacht, nu moet ik iets zeggen wat diepte geeft aan het moment, maar er schoot me niets te binnen. We keken en de maan keek terug.

Het was al middernacht toen ik het clubgebouw verliet. Zelden duurt een schaakpartij zo lang bij mij, want ik heb maar zelden de wil om het eindspel helemaal uit te spelen. Misschien kwam het wel omdat mijn tegenstander net iets te vaak remise aanbood in een stelling waar nog zoveel mogelijkheden waren. Maar remise werd het uiteindelijk toch en ik liep me nu af te vragen waar ik de winst gemist had. Toen ik naast de auto stond en nog even opkeek, zag ik daar die gigantische volle maan weer. Ik dacht aan mijn meisje en alle frustraties van een gewonnen partij die remise werd, gleden van me af.