Als ik geheel in de ban ben van een boek, dan lees ik dat boek vaak slecht. Ik ben dan zo nieuwsgierig naar het vervolg, dat ik eigenlijk te snel lees. Dat gebeurde ook met het boek van Hermsen. Dus legde ik in het begin van de week het boek even weg en las eerst het juni-nummer van Dietsche Warande & Belfort uit. Ook dat ging in een hoog tempo, alsof ik zo snel mogelijk weer terug wilde naar het boek van Hermsen. Goed lezen is ook een kunst en ik beheers dat niet altijd.

Het nummer van DW B heet Aangespoeld. In het redactioneel staat al het thema 'Aangespoeld' gaat alle richtingen uit. Inderdaad, van een samenhangend geheel is nauwelijks sprake en als deze er al is, dan is de samenhang heel dun. Niet dat dat erg is, er staan toch aansprekende stukken in, zoals van Peter Verhelst en een voorproefje uit een roman van Atte Jongstra. Naast deze 'thematische' stukken bevat het nummer een minidossier over flarf en Google sculpting. Deus ex Machina had daar ook al eens aandacht aan geschonken en net als toen kon ook ditmaal het onderwerp mijn aandacht niet vasthouden. De flarfdichters geven op Google woorden in, en de resultaten van de zoekmachine worden omgebouwd tot gedichten via collage en montage. Het onderscheid tussen 'hoge' en 'lage' taal, tussen hooggestemde ideeën en aanstootgevende trash valt weg. Er ontstaat een bizarre relatie tussen het at random ontvangen van tekstmateriaal, en het daarmee componeren van gedichten. Ik kan me voorstellen dat het wellicht een leuk spel is om te doen, maar het moet uiteindelijk een goed gedicht opleveren en de gedichten die in dit nummer zijn afgedrukt grijpen mij niet. Nee, wat opnieuw in DW B mijn aandacht trok, waren de boekbesprekingen achterin. Gaston Franssens Vuur met vuur bestrijden. Over de poëzie van H.H. ter Balkt, maakt dat je nu eens zelf wil kennis maken met die poëzie. Hugo Bousset schrijft over de verwantschap van JMH Berckmans, een auteur die ik graag las, en Pjeroo Roobjee, waar ik nog nooit van vernomen had.

De vertragingstactiek werkte overigens niet. Elk momentje om te lezen gebruikte ik om weer een paar bladzijden in Hermsen te lezen. Het is ondertussen uit en ik vrees dat ik het zal moeten herlezen. Naar aanleiding van dit boek leende ik Inleiding tot de metafysica van Henri Bergson, om er even aan te snuffelen of wellicht helemaal te lezen.

Van de stapel nog te lezen tijdschriften heb ik een nummer van de Poëziekrant gehaald en zie, prompt stuit ik op een uitspraak van de Litouwse dichter Eugeniusz Ališanka dat aansluit bij het boek van Hermsen.

'Als ik zeg dat een dichter een klok zonder wijzers is, bedoel ik vooral dat dichters getuigen van de tijd waarin ze leven, hoewel die tijd eigenlijk niet concreet is, en niet de tegenwoordige tijd is, maar de tijd van onze gedachten en onze verbeeldingskracht, die dus zowel het verleden, het heden als de toekomst omvat, ja zelfs het onbestaande, of beter gezegd, dat wat er niet is geweest, maar er had kunnen zijn. Je zou een dichter ook kunnen omschrijven als een wijzer zonder klok, maar de interpretatie van dat beeld laat ik over aan anderen.'

Jo Govaerts Omgekeerd evenredige Litouwse poëzie
in: Poëziekrant, 33/3, 35