Ik zou willen weten hoe je je leesprogramma, dat je ons sinds enige tijd laat inkijken, opmaakt. (Pascal in 1000)

Wel, daar kan ik eigenlijk kort over zijn: ik maak geen leesprogramma op. Toch is dit maar de halve waarheid. Opnieuw realiseer ik me hoe onbewust keuzes gemaakt worden, want, nee, ik heb geen lijst met boeken die Ik achter elkaar ga lezen de komende periode. Zo weet ik niet zeker welk boek ik na het huidige boek ga lezen. Of over een aantal maanden. De titel leesagenda dat ik een aantal posts geleden gebruikte, was dan ook ongelukkig gekozen, want het suggereerde een planning die er niet is. Ook hier zou ik kunnen zeggen: ik lees wat zich aandient, wat er op mijn weg komt. Door gesprekken met vrienden over boeken, door boekbesprekingen in periodieken, door de boeken zelf (boeken verwijzen altijd naar boeken), door nieuwe uitgaven van uitgeverijen of door mijn blik die langs de schappen in de boekwinkel dwaalt en die gegrepen wordt door een titel, vormgeving enzovoort. Daarbij gaat mijn aandacht voornamelijk uit naar filosofie, literatuur, religie en de raakvlakken tussen deze drie. Ik ben geboeid door de geschiedenis van deze drie onderwerpen, de geschiedenissen van mensen en het zoeken naar antwoorden op vragen. Het gaat me daarbij niet om de juiste antwoorden op vragen – de vragen zijn interessanter. Het gaat me om de worsteling van mensen met het mysterie dat het leven uiteindelijk is en zal blijven. Ik ben nieuwsgierig naar de wijze waarop mensen met dit mysterie probeerden om te gaan, hoe ze antwoorden probeerden te vinden en hoe ze dit hebben vastgelegd in onze papieren geheugens.

Soms maak ik uitstapjes buiten deze interessegebieden, alhoewel je zou kunnen beweren dat al het geschreven geheugen van mensen uiteindelijk om het mysterie leven draait. De reis van de Beagle van Charles Darwin was zo'n uitstapje, de directe aanleiding om dit boek te lezen was heel banaal een televisieserie die ik samen met mijn oudste zoon volg. Het boek is ondertussen uit, het is een prachtig reisverslag van een jonge man die een lange zeereis heeft gemaakt en zich verwonderde over de diversiteit van de natuur. Het is een mijlpaal in Darwins ontwikkeling naar zijn neerslag van de evolutietheorie in The origins of species later in zijn leven. Mede daaraan ontleent het boek zijn historische waarde. Het zou op zich een idee zijn om nu ook dit latere boek te willen lezen, maar daarvoor is het te ver af van mijn interessegebied. Maar uitsluiten dat ik het ooit zal lezen kan ik ook niet. Uiteindelijk was het een boek dat ook in Nietzsches tijd de gemoederen behoorlijk bezig hield. Ik weet niet of Nietzsche het boek gelezen heeft, maar hij was zeker op de hoogte van de betekenis van het boek. Er zijn studies naar darwinistische aspecten in de filosofie van Nietzsche gedaan.

Eén van de hoogtepunten in het boek is zijn verslag van de aardbeving in Concepción aan de kust van Chili.

Een zware aardbeving doet onmiddellijk onze oudste gewaarwordingen teniet: de aarde, hét symbool van alles wat vast is, beweegt onder onze voeten als een korst boven een vloeistof; gedurende één seconde dringt tot de geest een vreemd gevoel van onzekerheid door, een gevoel dat zelfs niet door uren van gepeins kan worden gewekt. In het woud, waar een briesje door de bomen ging, voelde ik alleen de aarde beven en zag ik geen gevolgen. (299)
(...)
De volgende dag ging ik aan land in Talcahuano, en vervolgens reed ik naar Concepción. (...) Beide steden boden het vreselijkste, maar tevens interessanste schouwspel dat ik ooit had gezien. Op iemand die ze vroeger had gekend, zou het wellicht nog meer indruk hebben gemaakt, want de ruïnes waren zo door elkaar heen gevallen, en het geheel maakte zo weinig de indruk van een bewoonbare plaats, dat men zich nauwelijks een beeld kon vormen de vroegere toestand. (301)

Charles Darwin De reis van de Beagle
Amsterdam 2009

Helaas zakt het boek in zodra Darwin Zuid-Amerika verlaat. De terugtocht over de Stille Oceaan, de bezoeken aan Nieuw-Zeeland, Australië, Zuid-Afrika enzovoort, bevatten zeker interessante passages, maar de passie van Darwin lijkt af te nemen naarmate hij dichter bij huis in Engeland komt. Dan biedt de schrijfstijl van Darwin te weinig om geboeid te blijven. Het boek krijgt meer en meer het karakter van een opsomming, een en-toen-en-toen structuur. Jammer.

De afgelopen weken las ik naast Darwin nog het zesenveertigste nummer van Het trage vuur. Helaas gaat dit tijdschrift in de toekomst verdwijnen (net als de literaire tijdschriften Met Andere Zinnen en Revolver, dat ik met veel plezier las zo nu en dan). Ik vervolgde met de Poëziekrant jrg. 33 nr. 6. Ik realiseer me nu dat de frase Noem het inspiratie, noem het genade uit post 1001 uit het interview met Liesbeth Lagemaat komt. En zo werkt het dan, door dat interview zou ik haar poëzie wel willen lezen, dus wie weet, doemt het nog eens op in mijn leesagenda.

Na het uitlezen van Darwin wilde ik een nieuw boek uitkiezen. Er staan nog tientallen ongelezen boeken in mijn kast en ik vind het vaak moeilijk een keuze te maken. Zou ik voor Amoy van Allard Schröder kiezen, of Zomertijd van J.M. Coetzee? Of zou ik verder gaan met mijn lectuur van Sloterdijk? Zoveel keuze, een grote luxe! Uiteindelijk viel ik voor Hannah Arendt. Een biografie van Elisabeth Young-Bruehl, een boek dat me al zo vaak smekend aankeek.