Ik had gezien dat er dingen op me af konden komen als ongelukken, maar dan in de vorm van geluk. Ik had het geluk af moeten wijzen omdat ik stilstond in een moment waarin ik mezelf had laten vangen. Ik was vergeten dat er niets te winnen viel als je had verloren. Ik fietste door de stad en zag dat iedereen zich had verloren in iemand, sturen in elkaar, wachtend op de val. Dat deed me pijn. Ik had geen medelijden met mezelf maar ik vond mezelf zielig. Een zielig mens. Ik kon niet blijven, daarom ging ik weg. Eerder kon ik niet weggaan, daarom bleef ik. Ik weet niet wat beter was. Ik dacht aan terugkomen. Aan iedereen die op een dag zou terugkomen. Maar ik ben de Messias niet, dus daar ga ik niet op wachten. Misschien kwam ik nooit meer terug. Mijn leven was een fietstocht geworden door straten waar ik had kunnen wonen als alles een beetje anders was gelopen.

Maartje Wortel Love is a horse with one leg
in: De Gids, juli 2009, 576-577