Mijn oudste zoon en ik praten over de boeken die hij voor Nederlands leest. Hij is nog niet toe aan literatuur voor volwassenen en houdt het nog bij jeugdliteratuur. Hoe goed jeugdliteratuur ook kan zijn, ik kan niet wachten op het moment dat hij de sprong in de diepte gaat maken. Soms kan ik het niet laten om al na te denken over welke boeken ik hem zou willen aandoen. Ineens valt Bint van Bordewijk me te binnen, een boek waar ik zelf in mijn jeugdjaren van genoten heb. Ik vertel S. over de eigenaardige namen van de leerlingen, namen die bijdragen aan de sinistere humoristische sfeer van het boek. De boeken over literatuurgeschiedenis die ik voor mijn middelbare school moest aanschaffen, staan nog steeds in de kast, het zijn naast de Bosatlas de enige schoolboeken die ik nog heb. Wanneer ik het tweede deel van Het spel en de knikkers van Piet Calis uit de kast pak om Bordewijk op te zoeken, valt er een kladbriefje uit het boek. Verwonderd kijk ik naar mijn eigen handschrift van lang geleden. Ik begrijp al snel dat het een lijstje is van de vijftien boeken die ik voor het mondeling Nederlands heb gelezen. Het was zeker niet de definitieve lijst, want we mochten de lijst aanvullen met titels van boeken die we ook gelezen hadden, zodat we die eventueel konden gebruiken in het gesprek. Als ik het me goed herinner, had ik een lijst met veertig titels, waaronder ook veel vertaalde buitenlandse boeken. Ik was de enige die zijn aanvulling inleverde en het mondeling Nederlands was één van mijn grootste wapenfeiten uit het examenjaar. Ik was voor de middagpauze de laatste leerling op het rooster en de vijfenveertig minuten die voor het mondeling stond werd anderhalf uur. Het was geen examen voor mij, maar een heerlijk gesprek over literatuur. Ik kreeg een negen voor dit mondeling examen, niet omdat ik de vragen allemaal correct beantwoord had, maar omdat ik eenvoudigweg een gesprek over literatuur had kunnen voeren. U begrijpt, ik ben er nog steeds trots op.

De titels op het lijstje, zoals ik ze toen noteerde:
1 Een Nagelaten Bekentenis - Marcellus Emants
2 Louis Couperus - Verhalen
3 Frans Coenen - Een Zwakke
4 Maarten 't Hart - De Droomkoningin
Amsterdam 1981, De Arbeiderspers 13e dr.
5 Hubert Lampo - De komst van Joachim Stiller
Amsterdam 1985, Meulenhoff 33e dr
6 Hubert Lampo - Terugkeer naar Atlantis
Amsterdam 1983, Meulenhoff 15e dr
7 Gerard Reve - De Avonden
Amsterdam 1984 - De Bezige Bij 32e dr
8 Elsschot - Gedichten
9 Slauerhoff - Gedichten 2x
10 Elsschot - Villa del Rosa
11 Van Kooten - Koot graaft zich autobio
12 Hubert Lampo - Kaspar in de onderwerld.
13 Biesheuvel - In de bovenkooi.
14 Frank - Het Achterhuis.

Veertien nummers, maar de twee bundels van Slauerhoff maakt vijftien. Ik heb alleen Een eerlijk zeemansgraf nog in de kast staan. Andere nummers die nog in mijn kast staan, zijn 4, 5, 6, 7 en 13. Ik mis veel titels waarvan ik zeker weet dat ze ook op de lijst stonden, maar schijnbaar op het aanvullende deel, zoals De boeken der kleine zielen en Eline Vere van Couperus, het verhaal De Binocle van Emants, Julia van Rhijnvis Feith en zeker ook De laatste deur van Jeroen Brouwers en De donkere kamer van Damocles van Hermans. Over De Binocle had ik ooit geheel vrijwillig en op eigen initiatief een spreekbeurt gehouden. De Droomkoningin staat in mijn herinnering gegrift als de eerste volwassen Nederlandse roman die ik ooit las. Mijn moeder had het me ooit cadeau gedaan, omdat er zoveel Bach in voor kwam. Verder valt me op dat ik in dat examenjaar dus veel Lampo en Elsschot las, terwijl ik me herinner dat ik Elsschot maar niks vond. De Avonden van Reve was bijna een verplicht nummer, het was het favoriete boek van mijn leraar Nederlands.

En Bordewijk staat niet op het lijstje, terwijl ik dat toch gelezen had. Zal ik het mijn oudste zoon eens cadeau doen, zijn eerste Nederlandse roman?