Ik ben niet geabonneerd op tijdschriften, ik kijk zo nu dan op de websites van tijdschriften of er een nieuw nummer uit is en of er wat in staat dat mijn nieuwsgierigheid wekt of mijn belangstelling heeft. Soms koop ik tijdschriften omdat ik de kwaliteit ervan eenvoudigweg goed vind en dan laat ik me gewoon verrassen. Wanneer ik dan een nieuw nummer gekocht heb, komt het onderaan de stapel tijdschriften, waardoor het soms nog maanden duurt voordat ik daadwerkelijk aan dat nummer begin. Overigens heb ik het geluk dat mijn werk vlakbij het Nieuwscentrum van boekhandel Athenaeum in Amsterdam ligt, want daar verkopen ze tijdschriften die ik elders nooit tegenkom. Had ik deze praktische mogelijkheid niet, dan zou ik via internet moeten bestellen.

De afgelopen weken kwam het goed uit dat er een flinke stapel tijdschriften voorradig was. Ik was ziek geworden en ik heb me een paar dagen knap beroerd gevoeld, zozeer dat ik zelfs geen lust had om te lezen (laat staan om te schrijven voor mijn website). De koorts en de pijnlijke hoest verdwenen, maar sindsdien voel ik een vermoeidheid die niet zozeer fysiek is, maar mentaal. Die vermoeidheid weerhield me de boeken te lezen waarbij ik veel concentratie nodig zou hebben. Ik was nog wel begonnen in het inleidende gedeelte van Hannah Arendts Totalitarisme, maar ik ruimde het boek weer op. Wel lukte het me nog om het hoofdstuk The Origins of Totalitarism en de eenentwintigste eeuw uit Het belang van Hannah Arendt van Elisabeth Young-Bruehl te lezen. Een mooi overzicht van de ontstaans- en receptiegeschiedenis van het boek waarmee Hannah Arendt doorbrak.

Maar tijdschriften dus. De afgelopen weken las ik het juni-juli nummer van De Gids met als thema Anxiety & Serenity, waarbij vooral het laatste begrip en het artikel van Kristofer Schipper mijn aandacht trok. Daarnaast trok de belofte van de poëzie van Maria Barnas, Alfred Schaffer en Onno Kosters mij naar dit nummer. Het artikel van Schipper viel tegen, het bleef teveel hangen in de anecdote, maar daar stonden de verrassend mooie stukken van Roel Bentz van den Berg en Johanneke van Slooten tegenover. Uit het verhaal van Maartje Wortel citeerde ik hier al een fragment (zie 1005).

Na De Gids las ik een themanummer Nietzsches deugden van Filosofie (jrg. 19 nr. 4 augustus/september 2009). Een groep studenten aan de Radboud Universiteit Nijmegen namen individueel onder begeleiding van de Nietzschekenner Paul van Tongeren een 'deugd' van Nietzsche voor hun rekening en maakten daar een analyse van. De deugd Heiterkeit kwam in 1006 terecht. Ik las toen in een roes ook de nieuwe bundel zet af en zweef van Hélène Gelèns en de regel plukken we de nacht voor er lantaarns zijn geplant? in het gedicht Wat rafelt en bloeit (blz. 30) versmolt zo met Nietzsches Heiterkeit. (En voor de goede lezer: Heiterkeit, monterheid, vindt u ook weer terug in het citaat in de eeuwige terugkeer (19).)

Het volgende tijdschrift op de stapel was een nummer van Zacht Lawijd, een literair-historisch tijdschrift, dat ik nooit eerder had gelezen. Nummer 7-3 gaat onder andere over de voor mij onbekende auteur Alice Nahon. Opgenomen is een fragment uit de biografie van Alice Nahon, geschreven door Manu van der Aa. Meer dan proeven was het niet en ik zal ongetwijfeld nog wel eens nummer van dit tijdschrift lezen als de onderwerpen mijn belangstelling hebben.

Al met al toch nog veel gelezen de afgelopen weken, ondanks mijn vermoeidheid. (Ik vergeet nog de paar bladzijden dagboek van Nolens, het essay Oprecht veinzen van Kellendonk en twee essays van Montaigne) Ondertussen gaat het wat beter en moet er geschreven worden. Er zit nog een brief aan Brugge in mijn hoofd. Voor deze week zit er een aflevering van Deus ex Machina in mijn werktas (jrg. 33 nr. 128 juni 2009 over schrijven in Franstalig België) en het boek Stilte als antwoord van Sara Maitland. Daarover een volgende keer.