Heinrich Ignaz Franz Biber (1644-1704)
Passacaglia in g (ca. 1676)
Ryo Terakado - barokviool

Misschien wel de mooiste muziek die ik ooit gehoord heb. Toen ik het voor de eerste keer hoorde, stond ik aan de grond genageld en liet de cd het herhalen en herhalen. Dit mogen ze op mijn begrafenis draaien, dacht ik nog. Zelden is muziek zo dichtbij gekomen, zelden vertolkte muziek zo duidelijk mijn gevoelens van smart. Is het de eenzaamheid van de viool? Is het de eenvoud van de korte dalende lijn in de bas die maar herhaald en herhaald wordt (een kenmerk van een passacaglia). Prachtig hoe Biber tegen deze vier dalende noten de variaties laat klinken, variaties die los lijken te willen komen van de zwaartekracht van de bas, soms aarzelend, soms extravert, soms met de moed der wanhoop, maar altijd elegant. Een enkele keer lijkt het te lukken, wanneer het basthema in een hoger octaaf klinkt. Er is geen ontkomen aan en zo eindigt het stuk zoals het begonnen was. Je kan zo'n baslijn nog zo proberen te verfraaien met allerlei ornamenten, maar de basis blijft uiteindelijk altijd hetzelfde. Zo is het leven: we kunnen het proberen aangenamer te maken, maar wezenlijk verandert er niets. Of is het de akoestiek van de kerk die de verlatenheid van deze muziek nog eens versterkt, een eenzame violist in een grote klinkende ruimte?